Baas in eigen buik

Vijftig jaar geleden opende in nederland de eerste abortuskliniek. De laatste tijd laait de discussie over dit verworven recht – ook elders op de wereld – ineens weer op. Journalist daan borrel gaat op onderzoek uit.

Ongeveer halverwege het interview wordt de toon van gynaecoloog Gunilla Kleiverda feller. Om precies te zijn: net nadat ik haar heb gevraagd hoe we ‘abortus kunnen voorkomen’. Volgens Kleiverda is dat de verkeerde vraag. Ze werkt ook voor Women on Waves, de Nederlandse organisatie die wereldwijd zwangerschapsafbreking mogelijk maakt voor vrouwen die op plekken wonen waar dat verboden is. “Moeten we abortus voorkomen dan?” stelt ze mij als wedervraag. “Is het zo erg als een vrouw ertoe besluit?” Ze legt uit dat ongewenste zwangerschappen er altijd zijn geweest en zullen zijn. Zelfs met de beste anticonceptie kun je zwanger raken. Dus wat insinueer ik precies met mijn vraag?

Ik heb zelf geen abortus ondergaan, antwoord ik, en ik ken de cijfers: nagenoeg niemand heeft achteraf spijt. Maar het is toch alsnog een heftige ervaring? Kleiverda: “Ik wil geen ongewenste zwangerschappen promoten, maar je problematiseert abortus als je dáár de nadruk op legt.” Ze vertelt het verhaal van een Surinaamse vrouw wier man eens per jaar naar Nederland kwam. Als hij weer vertrok, kwam zij een abortuspil halen. “Op deze manier hoefde ze niet het hele jaar aan de hormonale anticonceptie voor die ene keer.” Waarom zou abortus dan altijd erg of heftig zijn?

Als je zoals ik niet gelovig en links bent opgevoed in de jaren negentig in Nederland, kun je bijna geen tegenstander zijn. Zolang ik me kan herinneren, vind ik het recht op zwangerschapsafbreking vanzelfsprekend. Ik realiseer me heel goed dat mijn leven een stuk minder stressvol is dan dat van vrouwen in landen waar het niet al veertig jaar legaal is, helemaal als je niet goed tegen hormonale anticonceptie kunt. En toch raken de woorden van Kleiverda me. Vind ik abortus weliswaar vanzelfsprekend, maar nog altijd niet normaal?

SFEER VAN TABOE

Elk jaar kiezen wereldwijd zo’n 42 miljoen vrouwen voor afbreking van hun ongewenste zwangerschap. Ongeveer de helft – 20 miljoen – van de ingrepen gebeurt onveilig; volgens de Verenigde Naties sterven er jaarlijks zo’n 47.000 vrouwen aan de gevolgen. Hoe makkelijk je als vrouw toegang hebt tot een veilige abortus, hangt af van waar je woont. Zo is in bijna alle landen van Azië, Zuid-Amerika en Afrika zwangerschapsafbreking verboden of alleen toegestaan bij verkrachting, incest of een medisch probleem. In Noord-Amerika is het de laatste jaren op veel plekken minder toegankelijk geworden. In Texas bijvoorbeeld mag het sinds vorig jaar niet meer na de zesde week – voordat veel vrouwen überhaupt weten dat ze zwanger zijn – en de staat introduceerde een kliksysteem; geeft een burger een illegale behandeling aan, dan kun je tienduizend dollar verdienen. Sinds 1973 is abortus legaal in de Verenigde Staten, maar niet wettelijk toegestaan. Daarom proberen staten het met allerlei eigen wetten alsnog onmogelijk te maken. Op dit moment ligt zelfs de nationale wetgeving onder vuur. Ook in Polen is de situatie veranderd: het recht op zwangerschapsafbreking is daar inmiddels zo goed als verdwenen, waardoor zo’n 200.000 Poolse vrouwen voor een illegale ingreep kiezen of uitwijken naar het buitenland. Feit is dat de cijfers niet dalen zodra een land het verbiedt.

En dan het andere, positieve verhaal: wereldwijd staan op dit moment meer landen deze behandeling wel toe dan niet. En de laatste jaren legaliseerden méér landen, zoals Ierland, Thailand, Argentinië en Noord-Korea, abortus dan dat ze het verboden. In navolging van de Verenigde Naties benoemde de Europese Unie het eind 2021 tot mensenrecht. Het is in Europa bijna overal (met uitzondering van Malta en Vaticaanstad) legaal tijdens de eerste twaalf weken, de periode waarin de meeste zwangerschappen worden beëindigd. In sommige landen zoals Engeland, Noord-Ierland, België en Nederland mag het tot 24 weken.

Al hoeft de vlag ook in Europa nog niet uit; naast de verslechterde situatie in Polen kunnen Italiaanse artsen een zwangerschapsafbreking weigeren op religieuze of medische gronden – en maar liefst zeventig procent doet dat ook. In Nederland is abortus door de Wet afbreking zwangerschap sinds 1984 officieel toegestaan, maar de verdere regelgeving staat in het Wetboek van Strafrecht ‘om het ongeboren leven te beschermen’. Daardoor hangt er nog steeds een sfeer van taboe rond de ingreep en worden vrouwen vaak door buddy’s naar een kliniek begeleid om te voorkomen dat ze lastig worden gevallen op zo’n kwetsbaar moment. Het Humanistisch Verbond pleit daarom voor (ruimere) bufferzones bij klinieken waar niet gedemonstreerd mag worden. Sommige gemeentes, zoals Utrecht en Arnhem, hebben al zo’n zone of breiden ’m uit. In België is een gesprek vooraf en een bedenktijd van zes dagen verplicht. In Nederland is dat nu nog vijf dagen, maar onlangs werd in de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel goedgekeurd om de verplichte bedenktijd af te schaffen. Want hoezo zouden vrouwen zelf niet goed genoeg hebben nagedacht over deze beslissing?

KANARIE IN KOLENMIJN

Hoe kan het dat het recht op abortus weer, of nog steeds, zo onder druk staat? In NRC Handelsblad noemde arts Rebecca Gomperts, oprichter van Women on Waves, het de kanarie in de kolenmijn: “Zodra een land minder democratisch wordt, zodra aan de rechtsstaat wordt geknaagd en autoritaire krachten winnen, komen de rechten van vrouwen onder druk te staan. En abortus als eerste.” Bijzonder aan deze tijd is dat christelijke en rechts-conservatieve partijen samenwerken in de strijd. Wat het volgens socioloog Quita Muis van Tilburg University extra opmerkelijk maakt, is dat we eigenlijk homogener zijn dan ooit. “De anti-abortusbeweging past niet meer in het wereldbeeld van mensen. Om die reden vallen conservatieve meningen in deze tijd erg op.” Muis deed onderzoek naar de groei van progressiviteit in verschillende generaties. Daaruit blijkt dat de huidige jongeren in Nederland voor het eerst minder progressief zijn dan de mensen die in de jaren vijftig en zestig zijn geboren, terwijl elke generatie hiervoor telkens progressiever werd. “Met als kanttekening dat de jongeren uit de jaren vijftig en zestig opgroeiden ten tijde van de ontzuiling. Zij gingen van heel religieus naar niet gelovig, dus toen was er echt een piek te zien in de progressieve groei. Die groei blijft uit bij de huidige generatie.” Dat laatste komt door de economische en culturele onzekerheden, blijkt uit het onderzoek. Jongeren vinden lastiger een huis en een vaste baan, en worden daardoor conservatiever in hun opvattingen. Ze verlangen naar vastigheid in plaats van verandering. Muis: “We weten dat een mening over abortus een kernwaarde is, die blijft stabiel en verandert eigenlijk je hele leven niet meer.” Zo’n waarde creëer je tussen je 15e en 25e, begrijp ik. Logisch dat ik abortus zo vanzelfsprekend vind: mijn kernwaarde is al gecreëerd. En dan voelt het best eng als er een jongere generatie met een andere mening opgroeit. Volgens Muis gooien social media olie op het vuur: “In de online discussie valt de nuance weg, dat is verontrustend. Het wordt hard tegen hard, de discussie polariseert. Het is alsof we óf voor óf tegen abortus zijn.” In werkelijkheid ziet Muis in onderzoek dat mensen nooit helemaal tegen zijn. Ze is niet bang dat abortus in Nederland verboden wordt. Gelukkig maar.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis
VIND IK ABORTUS WELISWAAR VANZELFSPREKEND, MAAR NOG STEEDS NIET NORMAAL?

ANDERE BLIK

De pandemie had ook invloed op de toegankelijkheid van abortus: in landen als Oostenrijk en Roemenië werd het als niet-essentiële zorg bestempeld. In veel andere landen daarentegen werd de regelgeving juist versoepeld, vertelt Gunilla Kleiverda. Vrouwen krijgen daar nu via een teleconsult een recept van de abortuspil, en halen die vervolgens om de hoek bij hun eigen apotheek. Zo werkt Women on Web ook, de zusterorganisatie van Women on Waves. Na een online consult schrijft een arts een recept uit voor vrouwen waar ook ter wereld, en een apotheek in India stuurt de pillen vervolgens naar hen toe.

De abortuspil werkt tot twaalf weken en wordt in veel landen ook tot die tijd voorgeschreven. In Nederland kan dat maar tot negen weken. Vanwege de verplichte bedenktijd van vijf dagen is deze pil vaak slechts tot acht weken beschikbaar; vooralsnog alleen via een abortuskliniek – maar onlangs heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel goedgekeurd om de abortuspil ook via de huisarts beschikbaar te stellen. Kleiverda schreef vijftien jaar geleden al een artikel waarin ze het advies gaf om de huisarts het recept voor deze pil voor te laten schrijven, zodat vrouwen vervolgens zelf naar de apotheek kunnen. “Dat is zo veel makkelijker. Om een abortuskliniek hangt een stigma, en niet iedereen kan er even makkelijk naartoe.”

IN DE HARDE ONLINE DISCUSSIE VALT DE NUANCE WEG. ALSOF MENSEN ÓF VOOR ÓF TEGEN ABORTUS ZIJN

Omdat het verschil tussen een zwangerschap voorkomen en afbreken volgens Kleiverda minimaal is, zou ze graag zien dat we anders naar abortus gaan kijken. Women on Waves moedigt dat aan door onderzoek te doen naar mifepriston, het ingrediënt van de abortuspil, als anticonceptie. Kleiverda: “Als je wekelijks een kwart neemt, dus vijftig milligram, werkt het ook als anticonceptie – maar dan zonder hormonen.” Mocht je toch onverhoopt zwanger raken, dan kun je mifepriston ook als morning-afterpil of overtijdpil gebruiken. Zie daar hoe het verschil gevoelsmatig kleiner wordt.

Maar eerst moet er nog grootschalig worden onderzocht wat het risico is om toch zwanger te raken, en welke invloed mifepriston op het menstruatiepatroon en de leverfuncties heeft. “Vooralsnog zien we in kleinschaliger onderzoek dat het middel weinig bijwerkingen heeft en heel veilig is.”

Hoe komt het dat de werking van dit mogelijke wondermiddel niet al veel verder onderzocht is, vraag ik, nogal verward omdat er zo weinig over bekend is. Volgens Kleiverda zijn fabrikanten huiverig voor het stigma dat eromheen hangt. Als het gelegaliseerd wordt, is de vrees dat vrouwen zelf een abortus kunnen opwekken. Als je vier keer die vijftig milligram neemt, heb je namelijk een abortuspil. Kleiverda vraagt het zich nog een keer hardop af: “So what? Vrouwen voelen zich verantwoordelijk om niet zwanger te worden en kiezen wat het beste voor hen is. Waarom is het dan zo erg als ze een abortuspil nemen als ze een paar dagen overtijd zijn?” Een paar dagen na het interview zie ik een filmpje waarin jonge studenten, mannelijke én vrouwelijke, de straat op gaan in Utrecht om leeftijdsgenoten ervan te overtuigen dat abortus een kwade zaak is. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik me niet in hun standpunt inleven. Kernwaarde of niet: geen idee waarom het ongeboren leven méér recht zou hebben dan een vrouw.

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen