Die gaat voorlopig niet weg…

Je hebt altijd gedacht dat je kind niet al te lang na de middelbare school het huis uit zou gaan. Maar wat als hij of zij dat helemaal niet wil? Omdat een kamer vinden lastig is, huren duur of omdat dochter-of zoonlief het wel prima vindt onder moeders vleugels…

“Soms word ik echt knettergek van die jongens,” zegt Lisette Kanters (55) als ze praat over haar twee nog thuiswonende zonen (23 en 20). “Ze gaan vaak midden in de nacht naar bed, na het gamen, en staan dan op de gang met elkaar te discussiëren. Daar worden mijn vrouw en ik wakker van. Zeggen dat ze dat niet moeten doen helpt niet. Op zichzelf wonen willen ze niet, ze vinden het gezellig én makkelijk bij hun ouders. Niet zo gek ook: wij doen de was, koken, en als ze cola of koeken willen, schrijven ze dat op een lijstje en wordt dat voor ze gekocht. En belangrijk: hier wonen kost geen geld.”

Deze situatie is exemplarisch voor de situatie waarin veel ouders van jongvolwassenen zich bevinden. Voor jongeren is het lastig om een kamer of woning te vinden in (studenten)steden als Utrecht, Amsterdam of Rotterdam. De huren zijn hoog. Wil je als student bijverdienen om alles te kunnen bekostigen, dan moet je een baantje nemen. Dat betekent vaak dat je studievertraging oploopt en dat kost weer studiegeld. Blijf je thuis wonen, dan heb je die problemen niet. Dus besluiten steeds meer jongvolwassenen dat nog maar wat langer te blijven doen. In ons land gaan jongeren gemiddeld het huis uit als ze 24 zijn. Vooral studenten verlaten het ouderlijk huis op steeds latere leeftijd.

‘Als je elkaar als volwassenen wilt zien, moet je ook zaken loslaten, dus je niet meer als de ouder opstellen’

Huisgenoten

Volgens ontwikkelingspsycholoog Steven Pont zijn gebrek aan woonruimte en hoge prijzen niet de enige redenen. De keuze om bij je ouders te blijven wonen wordt mede ingegeven door de band die jongeren met hun ouders voelen. Een band die anders is dan die tussen ouders en kind een halve eeuw geleden. Steven Pont: “Van bijna alle landen op aarde hebben wij de meeste ‘symmetrie’ tussen ouders en kinderen. Er is weinig tot geen hiërarchie. Zo zegt het overgrote deel van de kinderen gewoon jij tegen hun ouders, dat is echt niet overal zo.” Volgens de psycholoog is dit een goede ontwikkeling, zolang grenzen in acht worden genomen. “Uiteindelijk is het doel van ouderschap je eigen overbodigheid. Aan het begin loop je voor je kind, later erachter en daarna moet je je kind aan de wereld geven. Timing is hierbij belangrijk. Je kunt te snel achter een kind gaan lopen, als het daar eigenlijk nog te jong voor is. Dan vraag je als ouders naar dingen waar ze sociaal-emotioneel nog niet aan toe zijn. Maar als ze begin of midden twintig zijn, is je kind aan de wereld geven belangrijk. Je kunt naar een relatie waar je meer huisgenoten bent dan iets anders.”

Gewoon gezellig

Silvia Vermeulen (50) beschouwt haar twee thuiswonende dochters (23 en 21, allebei studerend) inderdaad als huisgenoten. “Ze kunnen alles met me bespreken. Onze relatie is er een op basis van gelijkwaardigheid. Ik ben wel heel eerlijk en zeg ook dingen die ze soms niet willen horen. Zelf besprak ik vroeger weinig met mijn ouders. Het is mooi dat wij dit nu wel kunnen. Ik heb sowieso het idee dat ouderen jongeren meer in hun waarde laten dan vroeger het geval was.” Silvia’s dochters verkeren geregeld in haar gezelschap. “Vaak zijn mijn man Wouter, mijn dochters en ik allemaal in de woonkamer. De een leest in haar joggingbroek een boekje, de ander doet een spelletje, de radio staat aan. Heerlijk vind ik dat, dan zijn we allemaal aan het genieten. Aan het eind van de middag een kaasplankje erbij en een wijntje, dan klopt het. Ook eten de dochters mee als er vrienden komen eten, dat vinden ze gezellig.”

Waarom Silvia’s dochters niet op kamers zijn gegaan? “We hebben het hun gevraagd en ook gezegd: ‘Als het een financiële kwestie is, willen we best bijdragen.’ Maar ze zeiden er gewoon geen behoefte aan te hebben. Ze hadden het thuis fijn.” Silvia beschouwt haar dochters als huisgenoten en toch ziet zij hen niet als vriendinnen. “Nee hoor, ik ben wel echt hun moeder. Ik wil ook dat ze me zo zien. Maar ze weten: al vergaat de hele wereld, je kunt altijd naar huis. Thuis is de basis.”

‘Uiteindelijk is het doel van ouderschap je eigen overbodigheid’

Dubbele dynamiek

Volgens Steven Pont is het belangrijk dat ouders en kind(eren) afspraken met elkaar maken. Dat kan best lastig zijn. “Vaak is er sprake van een ‘dubbele dynamiek’. We willen dan als ouder een hiërarchische positie innemen (‘Ik wil dat je nu je kamer opruimt.’) en een symmetrische (‘Vertel eens hoe je date met die jongen was.’). Maar dat kan niet. Want doe je het een, dan doen ze het ander niet. Dus moet je als ouder een ander relatievoorstel doen. Als je elkaar als volwassenen wilt zien, moet je ook zaken loslaten, dus je niet meer als de ouder opstellen. Daarentegen kun je wel overleggen. Je kunt best zeggen: ‘Luister, je bent en blijft mijn kind, maar je bent nu volwassen en ik wil dat je dan ook meedraait in dit huishouden. Dus ik wil graag dat je twee dagen per week kookt. Stel je daarbij niet op als slachtoffer, maar als gelijke. Niet klagen dus, maar de zaken bespreekbaar maken.” Daarbij is de ene opvoeding al veel langer gericht op zelfredzaamheid van het kind dan de andere opvoeding. Steven: “Ik zie soms dat moeders klagen, maar ergens vinden ze het ook fijn om nog steeds ‘het moedertje’ te zijn. Dat is een deel van hun identiteit geworden. Ze zijn eigenlijk helemaal niet bereid dat op te geven.”

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Silvia Vermeulen herkent het dilemma van de dubbele dynamiek. “Mijn dochter en ik vervallen snel in oude rolverdelingen. Als mijn man en ik op vakantie zijn, loopt het hier thuis allemaal op rolletjes. De katten hebben te eten, de was wordt gedaan. Maar zodra ik een teen over de drempel heb gezet, vervallen we weer in de patronen. Het lijkt wel of de meiden denken: jullie zijn er weer, dus jullie nemen het weer over. En eerlijk is eerlijk: dat doen we ook.”

De uitdaging die loslaten heet

Loslaten blijkt lastiger dan gedacht. “Als een van de twee uitgaat, wil ik weten waar ze is en dat ze haar ‘laatst gezien’-status aan heeft staan op WhatsApp. Dan kan ik rustig slapen. Ook wil ik dat ze altijd een berichtje stuurt als ze naar huis komt. Dan weet ik dat ik bijna kan gaan slapen. Ik weet best dat ik dat wel zal moeten loslaten als ze op zichzelf woont en waarom dan nu niet? Maar het lukt me niet.” Silvia weet waar haar moeite met loslaten vandaan komt. “Ik had een keer een goed gesprek met een tennisvriend. Ik vertelde hem wat ik allemaal voor mijn kinderen deed en dat ik ze vaak best ondankbaar vond. Hij zei: ‘Maar dat jij het vroeger nodig had, wil niet zeggen dat jouw kinderen dat nodig hebben.’ Daar had hij een punt. Ik was al vrij jong op mezelf aangewezen, was een echt sleutelkind. Mijn ouders werkten allebei. Ik heb dat niet altijd leuk gevonden. Toen ik zelf kinderen kreeg, heb ik alles om hen heen gebouwd. Ik ben parttime gaan werken. Allemaal omdat ik zo de aandacht kon geven die ik zelf nooit heb gehad.”

In het tuinhuisje

Anneke Derksen (56) is moeder van Maud (25). Maud woont sinds vorig jaar samen met haar vriend in het tuinhuis (daarvoor nog thuis). Volgens Anneke een goede oplossing. “Aanvankelijk wilden mijn man en ik van het tuinhuis een gastenverblijf maken, maar toen was daar de vraag van Maud.

Of zij daar niet met Bart kon gaan wonen. Samenwonen was een nog te grote stap, een betaalbaar huurhuis is bijna niet te vinden en een huis kopen zou sowieso niet lukken. Maud heeft namelijk een studieschuld van hier tot Tokio.”

Het tuinhuisje heeft niet alleen een woon- en slaapruimte, maar ook een douche, toilet en keukenblokje. “Ik krijg nog wel geregeld de vraag: ‘Mam, wil je mijn jurkje nog even wassen?’ Ach, dat vind ik geen probleem. Soms blijven spullen hier per ongeluk liggen. Daar ga ik echt niet moeilijk over doen.” De band tussen moeder en dochter is volgens Anneke niet veranderd. “Maud is altijd al heel zelfstandig geweest. Toen ze nog in huis woonde, deed ze al veel; bakken, koken, opruimen. En ze hielp in de horecazaak die mijn man ik hadden. Ook Bart steekt zijn handen uit de mouwen. Hij heeft geholpen met de verbouwing van het tuinhuisje en verzorgt de kipjes in de tuin. Als Maud ’s avonds in de horeca aan het werk is, schuift hij bij ons aan met eten. Harstikke gezellig.” Anneke heeft geleerd los te laten. “Maud komt vaak pas laat thuis. Vroeger schrok ik vaak om twee uur wakker: is ze al thuis? Dat heb ik al snel losgelaten. Als ze in een andere stad zou wonen, zou ik het ook niet weten.”

Blik op de toekomst

Of Anneke haar dochter zal missen als ze op een gegeven moment écht weg zou gaan? “Dat zal best vreemd zijn. Nu gaan we op maandag, als ze vrij is, vaak samen shoppen of ergens lunchen. Dat zal ik erg missen. Ik denk dat het nog wel even zal duren. Maud en Bart betalen een bedrag per maand aan ons voor de ‘huur’ en voor gas, licht en water. Maar dat geld zetten wij op een spaarrekening voor hen. Dan hebben ze in elk geval wat geld als ze weggaan.” De thuiswonende dochters van Silvia Vermeulen betalen niet voor kost en inwoning. Silvia: “Nee, hoor, dat wil ik niet. Ze hebben nog geen ‘grotemensenbaan’. Ook zij zegt haar dochters erg te zullen missen als ze uit huis gaan. “Tegelijkertijd heb ik soms wel genoeg van het verzorgen. Mijn man en ik verlangen af en toe naar onze eigen ruimte. Als we die ruimte nu willen, kunnen we niet anders dan een weekendje samen weg te gaan.” Zelfs Lisette zal haar zoons missen als het moment daar is. “Nu is het soms lastig, maar er is wel áltijd leven in de brouwerij. Gelukkig hebben we de app. Toen onze oudste zoon laatst een paar dagen bij zijn opa logeerde, appte hij élke dag.”

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen