‘Die schaamte, daar wil ik vanaf’

Hoe een onbevangen kind met vallen en opstaan een volwassen vrouw wordt, minnares en moeder. In haar nieuwe lied jesprogramma Meisje zingt MYLOU FRENCKEN (55) erover. Je bent er nog steeds, in mij. Ergens in mijn grote – mensenrommel, zit jij op een schommel.’

‘Ik ben 55, kleed me uitbundig en doe wat ik leuk vind. Je kunt niet zomaar om me heen’

Ze schiet nog steeds in de lach als ze ergens in een interview of de administratie achter haar naam het woord ‘directeur’ ziet staan. Dat komt door het ongeloof dat nog altijd ergens in haar huist. Zo van: is dit echt, is dit de werkelijkheid? ‘Mijn eigen theater, dat had net zo goed altijd een droom kunnen blijven.’

Want, zo zegt Mylou Frencken: ze is een beetje melancholisch, een eeuwige twijfelaar, welles-nietes-welles-nietes. ‘En ik houd niet zo van dingen regelen, ik ben zo chaotisch als maar kan.’ Ze wijst naar haar tas; er zit een stoffen koordje aan waaraan haar sleutels bungelen, zodat ze die niet kwijtraakt. Lachend: ‘Net een kleuter.’ Ze staat op, ‘koffie?’ en verdwijnt al zingend achter de bar van het Haarlemse theater De Liefde. In september was de plek voorpaginanieuws toen Theo Maassen er -midden in de lockdown, bij wijze van protest -twee keer voor een volle zaal optrad. In De Liefde is het altijd avond: lange Moulin Rouge-rode gordijnen houden het daglicht tegen. Overal gekleurde kerstlichtjes en sfeervolle schemerlampjes, 120 rode stoffen stoeltjes richting het podium. Oorspronkelijk bedoeld als toneelzaal werd het gebouw in 1938 omgebouwd tot een kapel. ‘We wisten meteen: dit wordt wat.’ Met ‘we’ bedoelt Frencken de drie vrouwen met wie ze deze plek sinds vorig jaar runt. De houten vloer kraakt onder haar voeten als Frencken terugkomt. ‘Deze plek betekent voor mij onafhankelijkheid. Ieder jaar staan er weer nieuwe talenten op, hartstikke leuk, maar ik vind het als ouder wordende cabaretier steeds lastiger om in beeld te blijven. Dit theater geeft me het gevoel: ik ben er nog.’

Word je weggedrukt door de nieuwe generatie theatermakers?

‘Nou, dat is mijn doembeeld. En het is ook wel echt waar: het was de afgelopen jaren steeds meer vechten om aan wat optredens te komen. Dat is een vervelend gevoel, dat je steeds denkt: als ik nog maar mee mag doen. Dit theater voegt iets toe aan Haarlem wat de stad nog niet heeft, maar het is voor mij ook een toevoeging: nu we deze plek hebben, kan ik de mensen naar mij toe laten komen. Vier keer sta ik hier op het podium met liedjes van mijn nieuwe album, Meisje. Ik moet er natuurlijk ook nog mee het land in, maar ben nu onafhankelijker. Dat geeft rust.’

Over welk meisje gaat Meisje?

Ze wijst met beide handen naar zichzelf: ‘Over dit meisje. Over de kronkelweg die ik met vallen en opstaan aflegde van klein kind tot volwassen vrouw. Meisje, minnares, moeder… Soms kan ik denken: ik weet bij god niet meer wie ik geworden ben. Hoe ik dingen moet aanpakken. En wat is het een chaos om me heen! Maar ik kan altijd terug naar wie ik ooit was. Het titelnummer Meisje is ook teer en gevoelig en tegelijkertijd sterk en levenslustig. Ik ga in gesprek met mijn innerlijke kind.’ Ze zingt: Je bent er nog steeds, in mij. Ergens in mijn grotemensenrommel, zit jij op een schommel.

Heeft de kleine Mylou iets wat de grote Mylou ook nodig heeft?

‘Ik was vroeger een aanwezig meisje. Ik kletste de buurvrouwen de oren van hun kop. In de loop van de jaren sluipt er schuchterheid in, schaamte. Dat hoort misschien wel bij volwassen worden, maar die schaamte, daar wil ik vanaf. Voor mij betekent op het podium staan dat ik me heel graag weer zo aanwezig wil voelen. En vrij. Vrij als dat kleine kind.’

FRENCKEN STUDEERDE AF aan de Academie voor Kleinkunst in Amsterdam waarna ze cabaret-programma’s maakte, columns en liedjes schreef en redacteur was voor Sesamstraat. Het grote publiek kent haar van de televisiequiz Met het mes op tafel. Daar is ze barvrouw en zangeres, elke week, al 25 jaar lang, of, hoe Frencken het verwoordt, ‘idioot lang’. ‘Het begon als een grappig erbij-klusje. Ik heb er ook weleens een hekel aan gehad. In het begin kreeg de muziek niet echt veel aandacht, dat had wel iets charmants, zo van ‘dat doen we even’, maar ja, ik ben wel zangeres. Ik werd op een gegeven moment door mensen na mijn soloshows aangesproken: ‘Goh, we wisten helemaal niet dat je echt kon zingen’. Verdomme, dacht ik dan. Ik heb moeten leren voor mezelf op te komen. Muziek niet belangrijk genoeg? Wat een gelul. Ik wil een monitor. Ik wil goed geluid. En ik ben de afgelopen jaren beter gaan zingen. Zingen is hartstikke ingewikkeld. Een holistische zangleraar helpt me nu -en dat hoor je. O, wat ik ook weleens heb gedacht: Mylou, wat sta je daar nou gedienstig als vrouw met je theedoek te zwaaien! Doe normaal! Ik kan er inmiddels ook de humor van inzien. Het is een knipoog geworden. Subtiele spot.’

Laatst was ze bij een huiskamer-concert, er waren vrouwen, onbekenden, die maar niet ophielden over Met het mes op tafel en haar rol. ‘Ik ben dat wel gewend, maar vaak van wat oudere kijkers. Toen besefte ik ineens: dit zijn vrouwen van mijn eigen leeftijd. Misschien ben ik een boegbeeld, wat zeg ik: cult! Haha! Je mag er ook zijn als je 55 bent, er nog heel leuk uitzien, je uitbundig kleden én doen wat je leuk vindt.’

Twijfelde je daaraan?

‘Als vrouw ben je op tv eerder afgeschreven dan als man. Ik besef nu dat het een emanciperende werking heeft dat ik daar gewoon sta te zingen en me eigenzinnig kleed. En weet je wat ik ook ineens besefte?’

Nou?

‘Ik ben een vrouw om wie je niet zomaar heen kunt. Mijn vak heeft me veel kracht opgeleverd.’

FRENCKEN WERD IN 1966 IN AMSTERDAM geboren en groeide op in Haarlem. Haar moeder was beeldend kunstenaar, haar vader notaris. Een hippe, lieve man met een drumstel in zijn werkkamer, maar ook een angstig mens. Hij leed aan angststoornissen en worstelde met manische depressies. ‘Als kind had ik dat heel goed door, dat hij bang was. En ik wist ook: als mijn vader zich zo voelt, dan is hij er niet echt, hij zit in die angsten en die slokken hem op. En dat was erg, want ik was gek op mijn vader.’

Hoe ging je daar als kind mee om?

‘Ook angsten hebben. Ook bang zijn voor grote menigten. Ook bang zijn voor veel lawaai. Dan was ik dichter bij mijn vader. Dan wilde ik daar contact over maken. En dan was hij ook wel heel lief, dan had ik hem weer eventjes, maar goed, ik scheepte mezelf ook op met angsten.’

Ben je nog vaak bang?

‘Ik heb bijvoorbeeld geen angst voor de dood.’ Ze lacht even, het galmt in de lege zaal. ‘Daar heb ik gewoon niet zo’n zin in. Maar ik ben wel eens bang om ziek te worden. Ik had trouwens meer doodsangst toen mijn dochter Madelief wat kleiner was. Dan had ik zoiets van: kan ik niet elk jaar een borstcontrole krijgen?’ Dat had alles te maken met het overlijden van haar man, regisseur, cabaretier en columnist Bert Klunder. Ze leerden elkaar kennen vlak nadat Frencken afstudeerde, stonden zij aan zij op de planken met twee cabaretvoorstellingen, werden ouders van Madelief. Tien jaar na haar geboorte, in 2006, overleed Klunder op 49-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. ‘Een mokerslag’ noemt Frencken het. ‘Bert was altijd bang dat hij vroeg zou overlijden, en dat het iets in zijn hoofd zou zijn, maar dat het echt gebeurt… Stomme domme pech. Mijn hele leven lag overhoop. Ik weet nog dat ik woest kon worden van die rouwkaarten. Dan stond er: Jullie zullen hem wel vreselijk missen, en dan dacht ik: flikker óp man, dat maak ik zelf wel uit of ik hem mis! Zo’n kaart staat vol met aannames. Nu kan ik daar milder naar kijken. Op zijn sterfdag lees ik ze soms. Maar toen was het te veel allemaal. Ik had dingen te bevechten.’

Wat moest je bevechten?

‘Bert en ik waren nog niet klaar met elkaar. We hadden een jonge dochter, er waren nog dingen onuitgesproken. Plots gaat je man dood van wie je veel hebt gehouden, maar met wie je het ook moeilijk hebt gehad. Ik kreeg van hem niet altijd alle ruimte. Het voelde tussen ons als onafgemaakt. Niet zacht, niet rond. Hij was geen man die van burgerlijkheid hield. Hij ging niet mee op zondagmiddag wandelen. Het kostte me moeite om toe te geven: hé, je hebt me soms echt in de steek gelaten. Dat was nog een worsteling, na zijn dood.’ Diezelfde worsteling zag ze jaren later bij haar moeder toen haar vader overleed. ‘Zij waren ook gek op elkaar, mijn moeder houdt nog steeds van hem, maar hij was ook een dominante man. Na anderhalf jaar kreeg ze een nieuwe vriend, dat was schattig, dat je moeder op haar 66ste dan tegen je zegt: “Volgens mij ben ik verliefd.” En toen had ze ineens een kunstzinnige, aandachtige man met wie ze naar exposities ging, en die ook nog eens heel stoer was, een voormalig profhonkballer.’ Frencken zag haar moeder opbloeien. ‘Het was bij mijn vader, en ook bij Bert, moeilijk om emotioneel gehoord te worden.’

Heb je dat kunnen verwerken?

‘Ik heb postuum lopen relatietherapieën. Ik ben een artiest die werkt met wat zich aandient in het leven. Nou, en dan díént zich even wat aan. Daar probeer ik dan iets van te maken. Ik was juist ook in die periode weer aan het optreden, ik had mezelf jaren in de luwte gehouden omdat Madelief klein was. Ik had mijn rentree gemaakt en daar heb ik het verhaal van Berts dood in verwerkt, samen met Jeroen van Mer-wijk. Die er ook niet meer is -verdomme.’ Ze kijkt even naar een omlijste foto aan de muur. Een zwart-witversie van Jeroen van Merwijk, muzikant en cabaretier, kijkt grijnzend het theater in. In de hoek, achterin, staat Berts piano. ‘Bert had het geweldig gevonden, deze plek, maar hij had ook twintig keer in het proces gezegd (Frencken zet een lage, norse stem op): ‘Zou je dat nou wel doen?’ ‘Heel veel gedoe.’ ‘Niets voor jou.’

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Je kan hem goed nadoen.

Lachend: ‘Ik heb jaren de tijd gehad om hem te leren kennen, hè. En mijn dochter lijkt op hem. Precíés Bert.’

Ze gaat even verzitten, neemt een hap van een koffiebroodje. ‘Die heeft Frénk voor ons meegenomen,’ zegt ze. Frencken trouwde in 2018 met journalist en programmamaker Frénk van der Linden, ze ontmoetten elkaar twee jaar daarvoor op het station -‘ja, dat is een leuk verhaal’. Frencken had net een punt gezet achter een relatie met een man die niet goed voor haar was. En nu ga je niet depressief worden, nu ga je elke leuke man aanspreken die je tegenkomt, had een vriendin gezegd. Van der Linden was zo’n leuke man. Ze zei iets over zijn boek GeLocf, Dood & Liefde dat ze net had gelezen op de camping. ‘Ik zei het heel leuk, ik zei: jij hebt mijn vakantie gered op literair niveau.’

‘Stond op zo’n rouwkaart: jullie zullen hem wel missen. Dan dacht ik: flikker op’

Heb je met Frénk de basis gevonden die je zocht?

‘Ja. Hij gaat heel liefdevol om met die chaos van mij. Dit weekend nog. Zeg Lou, zegt hij dan, ik heb zes blauwe enveloppen gevonden. En die heb ik dan écht goed verstopt, hè, op de pianovleugel tussen het muziekpapier. Ik voelde me betrapt, maar dan zie ik dat hij die enveloppen keurig op een stapeltje heeft gelegd, en dan zegt hij heel rustig: die moet je dit weekend maar eens openmaken. Zo lief. Ik weet niet wat het is dat ik die enveloppen dan niet openmaak.’ Lachend: ‘Ik heb gewoon nooit zin in moeilijk gedoe, en daardoor zit ik dus altijd met moeilijk gedoe.’

Frénk helpt haar met haar angst voor wat ze zelf ‘maakchaos’ noemt: door de woorden het liedje niet meer zien. ‘Hij ziet mij dan weken in een soort van apathie verkeren en beseft dat ik er tegenaan hik dat ene liedje te schrijven over die zin, het zinnetje dat ik zo leuk vond: Andere mensen worden oud. Als ik zoiets roep, noteert hij dat en stopt hij het in mijn schrijfmap. Hij biedt me de structuur die ik mis.’

Waar komt die tijdelijke apathie vandaan? Je zit al zo lang in het vak.

‘Faalangst, denk ik? Want wat je zegt: ik heb al honderd keer bewezen dat er uit die chaos wat moois verschijnt, maar je moet er iedere keer weer in durven roeren, in dat eigen hoofd. Ik twijfel soms of het goed genoeg is. Of ik het wel kan. Ik bewonder Frénk daarin: hij twijfelt nooit aan wat hij doet. Of nou ja, hij is goed in het wekken van die indruk. En hij zegt ook soms: Jezus, Mylou, twíjfel nou niet zo aan jezelf. Bij ieder nieuw ding dat ik aanga, denk ik: wie zit hierop te wachten?’

Je zegt het bijna mokkend.

‘Ja. Maar ik koester die twijfel ook. Zonder twijfel kun je niets maken. Zeker weten hoort niet op het toneel.’

Je hebt ook zelfinzicht nodig, je moet kijken naar je eigen kronkelweg. Is dat niet vermoeiend?

‘Ja. Mijn vak dwingt me tot reflectie. Maar ineens, op een avond, krijg ik de geest. Dan schrijf ik het zo op. En het is vaak ook heel léuk, hè, rijmen. Iets horen in je hoofd, een gevoel omzetten in zinnen. Ik kan ontzettend lol hebben met mezelf.’

Twijfel je nog over de voorstelling?

‘Nou, ik begin met dat ik heel erg in de war ben en even niet meer weet waar ik sta. Dus ja, dat gedub, het gewik en geweeg: het is er nog steeds. Maar er is minder twijfel over dat ik het allemaal gewoon lekker ga zéggen. Ik weet nu: ik heb dat zoeken nodig. Dat is het denk ik, wat ik heb bevochten, en overwonnen: ik schaam me niet meer voor mijn twijfel.’

(MET DANK AAN KWEEKCAFÉ HAARLEM)

Mylou Frencken

GEBOREN 19 december 1966 in Amsterdam OPLEIDING Academie voor Kleinkunst Amsterdam THEATER Maakte deel uit van theatergroep Purper Ladies, maakte twee voorstellingen met echtgenoot Bert Klunder, speelde in toneelvoorstellingen, revues en solovoorstellingen TV Sinds 25 jaar te zien in de tv-quiz Met het mes op tafel SCHREEF liedjes voor Sesamstraat BOEKEN Zonder Bert en Leven in het lied (interviews met liedschrijvers) MOEDER van Madelief (25) GETROUWD met journalist Frénk van der Linden OP TOURNEE met Meisje (23 t/m 26 maart in Theater De Liefde) myloufrencken.nl

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen