Femke van der Laan: ‘IK GA ERVAN UIT DAT WE ELKAAR OOIT WEER ZIEN’

Ruim vier jaar geleden verloor Femke van der Laan (43) haar man Eberhard, de geliefde oud-burgemeester van Amsterdam. In haar nieuwe boek vertelt ze over hun liefde voor elkaar, de gelukkige momenten en de ziekte van haar man. “Ergens was het fijn dat hij z’n kop in het zand stak. Zolang hij bleef doorwerken, was alles voor mij ook nog een beetje normaal.”

“Het zijn die kleine dingen die ik het meeste mis. Zijn humor, onze eindeloze gesprekken... We konden het urenlang hebben over van alles en nog wat en dan nog waren we niet uitgepraat. Bij hem voelde ik me geborgen en licht. We hadden zo veel plezier samen. We gingen er veel op uit. Bij elk plekje in Amsterdam heb ik wel een herinnering. Voor anderen was hij de burgemeester, maar voor mij was hij gewoon Eberhard, de vader van onze kinderen en mijn man van wie ik zo veel hield.

‘MEESTAL HADDEN WE AAN ÉÉN BLIK GENOEG, IK BEGREEP HEM EN HIJ MIJ. ZEUREN DEDEN WE NOOIT’

Meestal hadden we aan één blik genoeg. Ik begreep hem en hij mij. Zeuren deden we nooit, hard werken wel. Eigenlijk waren we net als elk ander stel, alleen was mijn man ook verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van Amsterdam. Het voelde voor hem als zijn plicht om voor alle ruim 800.000 Amsterdammers te zorgen. Natuurlijk steunde ik hem daarin, maar ik kwam er al snel achter dat het burgemeesterschap niet alleen ging om lintjes doorknippen. Laat ik het zo zeggen: getrouwd zijn met de burgemeester van Amsterdam voelde bij vlagen behoorlijk eenzaam. Omdat hij lange dagen maakte, stond ik er thuis met drie kinderen alleen voor. Toch zou ik het niet anders hebben gewild. Het was ons leven samen, precies zoals het had moeten zijn. En samen hebben we prachtige dingen beleefd. We leerden elkaar kennen op het werk. Ik ging als secretaresse aan de slag op het advocatenkantoor van Eberhard. In het begin vond ik niet zo veel van hem. Ik bedoel, ik werkte voor hem. Het was niet zo dat ik meteen verliefd was. Dat groeide naarmate we meer met elkaar in contact kwamen. Volgens mij vond hij het leuk dat ik zo eigenwijs en direct was. Een voorbeeld: ik kon zijn handschrift niet altijd lezen en vroeg hem regelmatig wat hij nu precies bedoelde. Of later een keer: ik mocht mee naar een zitting en na afloop vroeg hij hoe ik het vond.‘Langdradig,’ zei ik. Ik vond hem ook echt langdradig tijdens zijn pleidooi. En een beetje saai. Geamuseerd hoorde hij het allemaal aan.”

Verliefd op kantoor

“Na twee jaar kregen we een relatie. We hadden elkaar steeds vaker opgezocht en ik merkte dat hij geïnteresseerd was in mij. Zelf vond ik hem ook leuk. Hij was grappig, slim en stond zelfverzekerd in het leven, iets waar ik van nature wat minder mee behept ben. Ik trek me iets aan van wat anderen van mij vinden, dat had Eberhard juist niet. Uiteindelijk werden we verliefd op elkaar. Het voelde zo goed dat we al binnen drie maanden samenwoonden. Natuurlijk, dat was snel, maar alles klopte. Het klinkt misschien cliché, maar we hadden zo’n diepe connectie met elkaar. Eberhard had al twee kinderen. Dat wij samen ook een gezin zouden stichten, ging eigenlijk vanzelf. We trouwden en in 2004 werd onze dochter Lieve geboren. Daarna volgden Eline en Edze, die nu vijftien en dertien zijn. Eberhard had ondertussen zijn baan als advocaat opgezegd, omdat hij was gevraagd minister voor Wonen, Wijken en Integratie te worden. Een grote verandering, hierdoor was hij zo vaak aan het werk dat we elkaar meestal alleen ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat zagen. Ondertussen hield ik thuis alles draaiende. De zorg voor de kinderen en het huishouden combineerde ik met mijn werk als tekstschrijver (voor tijdschriften en een bekend soepmerk, red.). Niet altijd een fijne combinatie, maar wat kon ik er verder aan doen? Ik ben niet het type dat gaat zitten zeuren dat ik alles alleen moet doen. Eberhard had nou eenmaal een drukke baan. Volgens mij was het ook geen onwil van hem. Ik weet dat hij het ook jammer vond dat hij geregeld het avondeten miste en niet aanwezig kon zijn bij dingen als het tienminutengesprek op school, maar hij kon niet anders. De beloftes die hij inwoners had gedaan, over betere woon- en leefomstandigheden, moest hij nakomen. Ik begreep dat hij zich daar voor de volle honderd procent voor wilde inzetten. En omdat ik thuis alles op rolletjes liet lopen, kon hij dat ook doen. Ik geef toe: soms voelde ik me best eenzaam en verdrietig. Ik heb hem weleens moeten missen op mijn verjaardag, omdat hij in het buitenland zat. Soms schreef hij een liefdesbriefje. Dat gaf hij dan aan me en dan wachtte hij tot ik het las.‘Moet je het niet openmaken?’ vroeg hij dan. Maar omdat ik wel wist wat daarin stond – hij zei regelmatig dat hij van me hield – las ik ze nooit direct. Ik bewaarde ze liever voor de momenten dat ik me wat minder voelde. Dan had ik het idee dat hij bij me was en voelde ik me door hem geliefd.

Ruziemaken deden we niet veel. We hadden weleens irritaties en af en toe zei ik dat ik wilde dat hij meer thuis was, maar het enige wat hij dan zei, was dat ik gelijk had. Hij begreep het. Ik had helemaal gelijk. Maar het was zoals het was. En dat wist ik ook.”

Te jong voor Prinsjesdag

‘ONS VERSCHIL IN LEEFTIJD VAN 23 JAAR WAS NOOIT EEN ISSUE. TENMINSTE, NIET VOOR MIJ ’

“Ons leeftijdsverschil van drieëntwintig jaar was nooit een issue. Tenminste, niet voor mij. Want toen ik er tijdens Eberhards eerste jaar als minister van uitging dat we met Prinsjesdag samen naar Den Haag zouden gaan, bleek het toch opeens een ding voor hem te zijn. Hij gaf aan dat hij alleen ging, omdat hij liever geen ‘gedoe’ wilde. In eerste instantie begreep ik niet wat hij bedoelde, totdat het me na wat doorvragen duidelijk werd dat het hem om ons leeftijdsverschil ging. Ík was het gedoe. Hij had geen zin in vragen of opmerkingen van collega’s of de pers over het feit dat ik jonger was dan hij. Boos zei ik hem wat ik daarvan vond. Die hele Prinsjesdag kon me gestolen worden, officiële feesten en partijen interesseren me überhaupt niet zo, maar het idee dat hij toch iets leek te vinden van ons leeftijdsverschil, dát vond ik moeilijk. Alsof ik niet voldeed omdat ik te jong was. Na meerdere gesprekken had ik het gevoel dat hij mij wel begreep. Het was ook niet zijn bedoeling om mij zo’n naar gevoel te geven, maar uiteindelijk ging hij er toch alleen heen. Na het hele gebeuren werd ik ’s avonds op Prinsjesdag door Eberhard gebeld. Hij was onderweg naar huis en zei: ‘Volgend jaar ga je mee.’ Nog steeds een beetje boos hoorde ik het aan, maar het mooie was: door de val van het kabinet het jaar daarop was hij helemaal geen minister meer. Dus kon ik weer geen hoedje kopen... Haha, nee hoor, ik was er niet echt rouwig om. Als ik eraan terugdenk, moet ik er vooral om lachen. In 2010 werd Eberhard gevraagd voor de functie van burgemeester van Amsterdam. Iets waar ik erg blij mee was, want ik hoopte dat hij zo wat vaker thuis kon zijn. Zelf hoopte hij dat trouwens ook. In mijn naïviteit dacht ik: wat doet een burgemeester nou? Een beetje lintjes knippen hier en daar. Het kon in elk geval niet meer zijn dan zijn werk als minister. Tja, dat was het dus wel... Opnieuw stond ik er veel alleen voor thuis, maar ik zag zijn plezier en wist dat thuiszitten niks voor hem was. Hij had het weleens geprobeerd, een ‘papadag’ op maandag, maar na de eerste week hield dat weer op. Dan maar een extra dag opvang, dacht ik, want ik wilde hem niet veranderen. Dat moet je ook nooit willen in een relatie, vind ik. Ik wist dat ik hem moest delen met Amsterdam en dat was oké. Onze liefde bleef en ik genoot het meest van de momenten dat hij thuis gewoon Eberhard was.”

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Al abonnee?
Log in om verder te lezen

Vergaderen aan bed

“Ik zag totaal niet aankomen dat Eberhard ernstig ziek bleek te zijn. Hij had wel pijn-klachten aan zijn arm na een val, maar we dachten aan een kneuzing of een breuk. Dat hij longkanker had – en daardoor was gevallen en zijn arm had gebroken – kwam als een harde klap voor ons beiden. Toen ik de tumoren op zijn scan zag, wist ik direct dat het foute boel was. Hij besefte dat volgens mij ook, maar wilde het niet zien. Het is natuurlijk nogal wat als je te horen krijgt dat je ernstig ziek bent. Hij was pas net de zestig jaar gepasseerd en wilde nog helemaal niet dood. Toch wist ik dat dat wel zou gebeuren. Mijn man had longkanker en zou daaraan overlijden. Eberhard wilde er liever niet over praten en dat begreep ik wel. Ondertussen greep hij alles aan om beter te worden. Soms liet hij het overkomen alsof zijn ziekte tijdelijk was. Totdat de artsen er iets op zouden vinden. Zijn werk wilde hij ook niet neerleggen. Hij vond dat dat niet kon, want Amsterdam rekende op hem. Zelfs als Eberhard in het ziekenhuis lag, werd er vergaderd. Dan maar ter plekke, aan zijn bed. Hoewel ik er voor hem in meeging en veel voor hem regelde, dacht ik weleens: wat zijn we nou allemaal aan het doen? Eberhard was duidelijk ziek, kon hij niet beter rust nemen? Maar zo was hij niet en ik vond ook niet dat ik daar veel over te zeggen had. Ik was toch niet ziek? Alsof je tegen je zieke partner kunt zeggen: ‘Zeg, doe jij het eens even lekker op mijn manier.’ Zo werkt het niet. Natuurlijk dacht ik weleens met een zwaar gevoel aan hoe het zou zijn als hij er niet meer was, maar daar kon ik niet veel mee. Ik ben niet zo’n vooruitkijker en leef met de dag. Zo stond ik er dus ook in met zijn ziekte. Ergens was het voor mij wel fijn dat hij z’n kop in het zand stak. Zolang hij bleef doorwerken, was alles voor mij ook nog een beetje normaal. Eberhard zei vaak tegen anderen over mij: ‘Zij weet hoe het moet.’ Zijn vertrouwen in mij was ongelooflijk groot en hoewel ik hem wat betreft het regelen van zijn ziekenhuisafspraken en het klaarleggen van zijn pillen veel uit handen kon nemen, waren er ook momenten dat ik me afvroeg hoe ik iets in godsnaam moest doen. Die keer dat hij in het ziekenhuis een ingreep moest ondergaan bijvoorbeeld en iemand uit het medische team mij erbij riep omdat het niet lukte.‘Zij weet hoe het moet,’ had Eberhard gezegd. Stond ik hem daar in een speciaal pak in de juiste positie te leggen, zodat hij minder benauwd was. Ondertussen wachtten de artsen totdat ik hem voldoende had gekalmeerd – ik had hem wat hoger gelegd en ondersteunde hem – zodat zij hun werk konden doen. O, wat voelde ik me bezwaard. Die mensen moesten alles stilleggen omdat ik de ingreep wel even zou komen redden. Ik deed maar wat, maar gelukkig werkte het.”

(fotografie Yara Brouwer | haar en make-up Sisley Angenois)

Ruimte voor herinneringen

“Op 5 oktober 2017 overleed Eberhard. Omdat hij er niet over wilde nadenken, hebben we niet veel gesproken over hoe hij zijn overlijden voor zich zag. Ik praatte er meer over met vriendinnen. Wel weet ik dat hij ervan overtuigd was dat er na de dood niks meer was. Alles was volgens hem gewoon zwart. Zelf sta ik daar anders in. Ik ben zeker niet zweverig, maar ga ervan uit dat we elkaar ooit, als mijn leven ook klaar is, weer zien. Voor mij is het dus niet erg dat we niet over de dood hebben kunnen praten. Dat komt nog wel. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. De eerste jaren na zijn overlijden dacht ik veel aan zijn ziekbed en hoe zijn laatste maanden waren geweest, maar inmiddels merk ik dat er in mijn hoofd ruimte is voor meer herinneringen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de tijd dat we net een relatie hadden en zo verliefd waren op elkaar. Of aan de mooie momenten die we met onze kinderen beleefden. Eberhard was de enige die net zo veel van ze hield als ik. Zijn kinderen waren zijn grote trots en met hen praat ik regelmatig over hem. Ze waren nog jong toen hij overleed, dus ik vertel ze vaak over wat voor lieve vader en man hij was. Soms kijk ik naar de kinderen en denk ik: wat worden jullie toch groot, wat is het jammer dat Eberhard hier niet bij kan zijn. Tegelijkertijd voel ik hem vaak bij me. Hij zal dus vast af en toe meekijken en dat vind ik een fijne gedachte.

‘GETROUWD ZIJN MET DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM WAS BIJ VLAGEN BEHOORLIJK EENZAAM’

Vorig jaar besloot ik mijn leven met Eberhard op papier te zetten. In eerste instantie wilde ik het heel journalistiek aanpakken en me vooral richten op zijn burgemeesterschap, maar ik merkte dat dat niet helemaal bij me paste. Ons verhaal was zo veel meer dan dat. Ik vond het zonde als het met de tijd zou verdwijnen. Dat iedereen het nu kan lezen, vind ik best spannend, maar so be it. Het is mijn verhaal over ons en het leven dat we samen deelden. En daar ben ik heel erg trots op!”

Femkes boek, Aan de randen van de dag, is vanaf 1 februari verkrijgbaar als boek en e-book. € 22,99, nieuwamsterdam.nl

Dit artikel komt uit:
Flair - Editie 4 - 2022

Flair - Editie 4 - 2022
Terug naar overzicht
Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen
Groot feest in noorwegen: amalia’s eerste gala
Weekend

Groot feest in noorwegen: amalia’s eerste gala

Toute royale kwam naar Oslo voor het feestje van de achttienjarige erfprinses Ingrid Alexandra. Voor heel wat jonge royals was het hun eerste konink lijke bal. Zoals voor prinses Amalia en haar Belgische collega prinses Elisabeth.

Lees meer
Wat u nog niet wist over Chantal Janzen
Story

Wat u nog niet wist over Chantal Janzen

Dit jaar zit Chantal Janzen (43) twintig jaar in het vak, en dat vraagt om evenzoveel leuke, interessante en opmerkelijke weetjes over de talentvolle presentatrice en musicalster. Want wist u bijvoorbeeld dat ze kampt met hoogtevrees, dit jaar oma wordt, in therapie is geweest en dat haar ooit zo innige band met showbizzcollega Linda de Mol ernstig bekoeld is?

Lees meer
FLINKE DOMPER voor pasgetrouwde Anouk
Party

FLINKE DOMPER voor pasgetrouwde Anouk

Eerst moest ze al afscheid nemen van haar zoon Benjahmin (20) die naar Amerika ging om zijn basketbalcarrière te vervolgen en nu vertrekt ook Anouks dochter Phoenix (17) naar de USA, nadat ze een aanbod heeft gekregen van The Washington State University om daar te komen basketballen. Ook vertrekt haar zoon Elijah (18) na de zomer voor vier jaar naar het buitenland voor een studie. De pasgetrouwde Anouk is supertrots dat ze hun dromen waar gaan maken, maar zal haar uitgevlogen kinderen enorm gaan missen, zegt ze.

Lees meer
De ware reden achter huwelijk Hans Klok
Story

De ware reden achter huwelijk Hans Klok

‘Op maandagmorgen naar het stadhuis’ Hans Klok (53) heeft de afgelopen tijd zijn leven onder de loep genomen. De illusionist wilde weten of hij iets te vrezen heeft. ‘Ik vind het verschrikkelijk hoe mijn collega’s de afgelopen maanden onder vuur zijn komen te liggen en dat men in Nederland steeds meer voor eigen rechter gaat spelen,’ vertelt Hans aan Story. ‘Bij sommige van mijn collega’s, onder wie Marco Borsato, moet nog van alles bewezen worden. Maar zijn carrière is stuk. Zelfs als straks blijkt dat het niet waar is, heeft hij een wonder nodig om terug te komen. Dat is toch verschrikkelijk? En zelfs een instantie als Madame Tussauds doet daar aan mee. Zij halen zijn beeld weg en brengen daar zelfs een persbericht over naar buiten. Dat laatste hadden ze…

Lees meer
‘Steeds vaker dacht ik: als dit het leven is, hoeft het voor mij niet meer’
Flair

‘Steeds vaker dacht ik: als dit het leven is, hoeft het voor mij niet meer’

Als Jamie Crafoord (29) 22 jaar is, krijgt ze siliconen borstprotheses. Haar geluk is van korte duur, want ze wordt doodziek. Pas als ze nog maar 37 kilo weegt en in een rolstoel belandt, ontdekken ze de oorzaak: ‘zwetende’ protheses. “Ik wilde dat spul het liefst direct nog uit mijn lichaam trekken, heb geen moment getwijfeld.”

Lees meer