Groot interview frank lammers

Hij is een Brabander hè, die zeggen overal ja op en kijken dan pas wat voor problemen ervan komen. Zo kon het gebeuren dat Frank Lammers (50) op roadtrip ging met Guus Meeuwis om aan Bruce Springsteen te vragen of hij een deuntje wilde meezingen tijdens een concert. In het nieuwe tv-programma Glory Days is te zien hoe dat ging én of het is gelukt.

‘Samenleven met mij is niet makkelijk’

Hoe is dat, met Guus Meeuwis op roadtrip door Amerika?

‘Als ik een afspraak met Guus heb, gaan we meestal eten en te veel wijn drinken. Aan het einde van de avond brabbelt hij iets wat ik niet kan verstaan, vervolgens zeg ik toch ja en dan zit ik in een nieuw avontuur. Zo ging dat ook met de roadtrip door Amerika. Guus is een dromer, iets wat ik heel tof aan hem vind. Hij bedenkt iets en dat probeert hij dan echt te verwezenlijken: hij wilde optreden in Olympia in Parijs, hij wilde een plaat opnemen op Abbey Road, hij wilde in de Royal Albert Hall in Londen spelen. Dat is allemaal gebeurd, wat best bijzonder is voor een Brabants menneke. Dit keer had hij bedacht dat hij in New York wilde optreden, maar niet alleen dat. Hij wilde ook nog graag dat Bruce Springsteen met hem mee ging spelen. Tijdens een van onze etentjes zeiden we: “Laten we dat gewoon aan hem gaan vragen.” Dat was het doel. We zijn tijdens zulke missies net twee jongens op schoolkamp, samen op Interrail, zo’n gevoel.’

Op het eerste gezicht lijken Guus en jij nogal andere types. Waar vinden jullie elkaar in?

‘We zagen elkaar in 2005 een keer bij een voetbalwedstrijd van PSV in het Philips Stadion. Een jaar later zou Guus voor het eerst drie keer optreden in het stadion. We kenden elkaar helemaal niet, maar het ging zoals het altijd gaat met Guus. Ik kwam hem tegen, hij zei: “Jij moet de introductiefilmpjes van mijn concerten gaan doen” en ik zei: “Oké.” We zijn Brabanders hè, die zeggen altijd ja en kijken daarna pas wat voor problemen dat oplevert. Vanaf dat moment maakte ik vaak de opening van zijn shows en werden we vrienden. Weliswaar ben ik wat rauwer dan Guus, in ons gedrag lijken we wel op elkaar. We zijn allebei ondernemend en immer vrolijk op weg naar het volgende fiasco. Ik zie ons als een soort broers: als ik een bril opzet, dan lijken we zelfs qua uiterlijk op elkaar.’

Ben je net zo’n dromer als Guus?

‘Ik ben helemaal geen dromer, maar heb wel een absurd leven. Daar hoef ik niets voor te doen, het komt gewoon op mijn pad. Er gebeurt altijd wel iets raars wat ik zelf van tevoren nooit had kunnen bedenken. Het verzoek of ik een programma wil presenteren voor Omroep Brabant dat De Kracht van Brabant heet, een rockmusical regisseren op het TT-circuit in Assen over het leven van motorrijder Jack Middelburg. Het vliegt alle kanten op, dat is het leuke ervan.’

Heb je wel ambities?

‘Nee, eigenlijk niet echt. Maar dat hoeft dus ook niet.’

Is het eigenlijk gelukt om Bruce Spring-steen te strikken voor een gastoptreden?

‘In aflevering drie van Glory Days zegt een waarzegster tegen ons dat we hem tijdens deze trip niet gaan vinden. Dat was onze cue om te accepteren dat het niet ging lukken, maar eigenlijk was de hele zoektocht naar Springsteen een beetje bijzaak. Het ging, zeker voor mij, veel meer om het grote geheel. Ik hou van geschiedenis en ben nieuwsgierig, dus ik was vooral benieuwd naar de staat van Amerika na vier jaar Trump. Dat is niet best, kan ik je melden.’

Waar schrok je van?

‘New York vond ik enorm veranderd. Ik was er tien jaar geleden voor het laatst en in de tussentijd is het een soort pretpark geworden. Er wonen geen New Yorkers meer, dat is heel gek. Wat er verder in Amerika is gebeurd de afgelopen jaren is volstrekt verbijsterend. Het land is zichzelf volslagen kwijtgeraakt. Er is zoveel armoede, overal waar je kijkt. Vroeger had je zwervers, van wie je wist: die zijn aan de drugs of niet helemaal lekker. Maar dit gaat om een heel andere groep mensen die bijna allemaal werken. Ze krijgen gewoon een salaris, maar de huizen zijn zo duur dat ze toch in hun auto moeten wonen. Dat lokt situaties uit waarbij iemand op een gegeven moment zo boos wordt dat hij rare dingen gaat doen, zoals laatst in de metro in New York. Dat is abject en verschrikkelijk, maar ook begrijpelijk. Als gezinnen niet eens meer een onderkomen kunnen betalen, dan is de boel onhoudbaar.’

Wat vind je van Joe Biden?

‘Mwah. Hij veroorzaakt geen problemen, dat is al winst vergeleken met de vorige dwaas. Trump heeft een hoop kapotgemaakt, zeker in zijn eigen land.’

Is politiek überhaupt een onderwerp dat je interesse heeft?

‘Ja, maar het wordt moeilijker door alle informatie die je vroeger niet kreeg, vind ik. Ik zei altijd: “Politici moeten een beetje saai en betrouwbaar zijn.” Maar dat is allang niet meer het geval. Ik speel in de serie Het jaar van Fortuyn en daarin zie je waar het mis is gegaan. Fortuyn was verre van een politicus en had nooit op die plek moeten gaan zitten. Begrijp me niet verkeerd, het is net zo verschrikkelijk voor onze samenleving geweest dat hij is doodgeschoten, maar als politicus moet je debatteren en tot een besluit komen waarvan sowieso de helft van onze samenleving al vindt dat het kut is. Daar moet je maar net zin in hebben en dat is niet meer aan de hand. Het gaat allemaal maar over: wat doet dit voor mij? De partijen zijn vooral met zichzelf bezig in plaats van waar ze mee bezig moeten zijn, namelijk impopulariteit accepteren en dit land de goede kant opsturen.’

Wat vind jij van het ‘nieuw elan’ van Mark Rutte en Sigrid Kaag?

‘Er is geen nieuw elan, er is meer van hetzelfde. Ik vind het raar dat alles op dezelfde voet doorgaat. En ook dat D66, wat toch een weldenkende partij is, maar akkoord blijft gaan met maatregelen waar je onmogelijk achter kunt blijven staan. Ik vind de PvdA de enige partij die in ieder geval nog een soort van eerlijk is, of je het nu met hun ideeën eens bent of niet. Maar eerlijkheid werkt niet meer in de politiek en dat is een kwalijke zaak. We moeten echt gaan opletten dat we niet met z’n allen de kant van Amerika opgaan, want ook hier wordt alles duurder, de koopkracht vliegt omlaag en er wordt gewaarschuwd voor hyperinflatie. Dat schiet allemaal niet op.’

Baart de huidige toestand van Nederland je zorgen?

‘De toestand van de wéreld baart me ontzettend veel zorgen. Ik heb me altijd verbaasd over de Tweede Wereldoorlog en dat niemand in de periode ervoor iets heeft gedaan, je denkt toch: er is ruimte voor een beetje dapperheid. Maar nu voel je dat zulke krachten zo buiten je eigen bereik liggen. Het verbijstert me hoe slecht mensen in elkaar zitten, dat het onder je neus gebeurt en je er niks aan doet. Ik volg het nieuws bewust niet meer, omdat ik het niet kan aanzien.’

Zou het iets voor jou zijn, zelf de politiek ingaan?

‘Nee, nee. Daar ben ik veel te ongeduldig voor. Ik sta in no time in de Tweede Kamer te schreeuwen, mezelf verbijtend over zoveel domheid.’

Heb je je weleens afgevraagd wat er van je geworden zou zijn als je bed niet in Nederland, maar in bijvoorbeeld Amerika had gestaan?

‘Nee, waarom zou ik dat doen? Het was grappig om tijdens mijn roadtrip met Guus te ontdekken dat ik in Amerika veel werd herkend. De serie Undercover gaat de hele wereld over, laatst in Italië werd ik ook overal aangesproken. Op Times Square in New York kwamen mensen echt in bosjes op me af, absurd.’

‘Politiek zou niks voor mij zijn. Ik sta in no time in de Tweede Kamer te schreeuwen, mezelf verbijtend over zoveel domheid’

Is het internationale balletje door Undercover gaan rollen?

‘Er komt heel voorzichtig weleens een aanbieding door, maar ik ben niet zo makkelijk te vinden, denk ik.’

Je hebt geen manager, geen agentschap, zelfs geen website. Waarom is dat?

‘Ik heb zoiets van: als ze echt willen, dan vinden ze me wel.’

Is playing hard to get een tactiek om jezelf aantrekkelijker te maken?

‘Nee, dat niet. Ik heb al eens een productie gedaan in Amerika, over het leven van George Washington. Dat was hartstikke leuk, maar ik zou er nooit gaan zitten als ik er niet hoefde te werken. Dat is wat je eigenlijk moet doen als je het daar wilt maken, een huis huren en ter plekke auditeren. Maar dat gaat niet gebeuren. Ik zat ook helemaal niet te wachten op internationaal werk. Ik ben al veel weg en mijn dochter doet dit jaar eindexamen. Pas als zij dat heeft afgerond en haar pad heeft gevonden, ga ik eens kijken wat er aan de horizon ligt. Daar heb ik nu nog helemaal geen behoefte aan, maar volgend jaar ziet alles er weer heel anders uit.’

Wat wilde je worden toen je de leeftijd van je dochter had?

‘Voetballer, maar ook niet echt. Ik wilde vooral plezier maken, dingen zien, mensen ontmoeten en het gezellig hebben. Dat is mijn echte ambitie: lief zijn voor mensen en veel geven. Dat heeft me denk ik ook gebracht waar ik ben. Als ik iets doe, dan geef ik mezelf voor 100.000 procent. Maar ik zit niet thuis op de bank te fantaseren over de toekomst.’

Werd door je ouders toegejuicht dat je naar de toneelschool wilde?

‘In eerste instantie niet, maar dat vind ik achteraf gezien wel gezond. Een beetje tegengas is goed voor je, je moet het wel echt willen. Ze waren niet blij op het moment dat ik auditie ging doen, maar toen kwam de brief met het verlossende woord. Ik herinner me dat mijn moeder met een grote smile naar me toekwam: “Er is post voor je.” Ze had de brief al opengemaakt en gezien dat ik was aangenomen. Ze was heel trots op me.’

Hoe heeft je jeugd je gevormd?

‘Ik ben heel liefdevol opgevoed, in een fijn dorp. Het klinkt stom om te zeggen, maar ik kon best veel: aardig voetballen, redelijk tennissen. Mijn moeder was huishoudster, mijn vader wethouder annex bouwvakker. Zo voel ik mezelf ook een beetje, eigenlijk. Ik hoorde overal bij, voelde me door iedereen gesteund en had veel vrienden die ik nog steeds regelmatig zie. Toen ik in april mijn vijftigste verjaardag vierde bij voetbal- en tennisclub VVGA, waren er 20 à 25 vrienden uit Brabant. Ik weet nog dat er in het eerste jaar van de toneelschool werd gevraagd om een slechte ervaring uit je jeugd uit te beelden. Mijn antwoord was: “Die heb ik niet.” En dat meende ik ook echt. Er was af en toe best iets aan de hand en mijn opa is doodgegaan, maar ik heb me altijd omringd geweten met liefde, geduld en aandacht. Mijn jeugd is geen voedingsbodem geweest voor ellende.’

Heb je voor je gevoel de wind mee gehad?

‘Er zijn wat vrienden van me overleden. Aan ongelukken en ziektes. Dat is vervelend, op z’n minst. Het heeft me ook gevormd en gemaakt tot wie ik ben, in de zin dat ik geen tijd ga verspillen. Als ik iets doe, dan doe ik het goed. Dat ben ik verplicht aan de jongens die de tijd niet hebben gekregen. Je moet de kansen die je krijgt benutten.’

Kreeg je door de dood van je vrienden ook een soort haast?

‘Dat had meer te maken met mijn jeugdigheid, denk ik. Als je jong bent, dan wil je jezelf laten zien en gezien worden, je wilt dat het lukt en de beste zijn. Dat wordt met de jaren gelukkig minder.’

Hoe belangrijk is succes voor je eigenwaarde?

‘Ik vind het een beetje verbazingwekkend dat ik succesvol ben, ook omdat ik daar zelf niet zo erg mee bezig ben’

‘Ik vind het een beetje verbazingwekkend dat ik succesvol ben, ook omdat ik daar zelf niet zo erg mee bezig ben. Mijn streven is om mijn tijd zo goed mogelijk te besteden door mooie dingen te maken met leuke, lieve mensen met talent. Ik heb al lang geleden opgegeven of dat goed bekeken wordt en dat zal me ook eigenlijk worst wezen. Natuurlijk is het hartstikke leuk dat Undercover zo’n grote hit is. Als acteur verlang je er ook naar dat mensen zeggen: wow, wat is dat goed. Dat gebeurt niet zo vaak, dus dat is plezierig. Maar het échte genot, de vreugde, die zit in het maken zelf. Ik vertrek morgen weer naar België voor opnames van Ferry en daar kan ik me nu al op verheugen: we mogen weer. Zo voelt het.’

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Ferry is het serievervolg op de film Ferry waarin de kijkers worden meegenomen naar de jonge jaren van Undercover-hoofdpersoon Ferry. Ben je niet bang voor het Swiebertje-effect?

‘Nee, dat had ik daarvoor al getackeld, denk ik. Als ik ergens trots op ben in mijn carrière, wat ik een stom woord vind, dan is het dat ik mezelf steeds van een andere kant heb laten zien. De Jumbo-reclame ging ik doen omdat ik wist dat ik in die periode ook de films Michiel de Ruyter en J. Kessels ging doen, wat drie totaal verschillende genres zijn. De Jumbo-reclame staat ook weer mijlenver af van Ferry, wat ervoor zorgt dat ik niet helemaal te pakken ben op één specifiek type.’

Sta je vaak stil bij je imago?

‘In de tijd van de eerste Jumbo-commercial wel, omdat ik geen zin had om de jongen van de reclame te worden. Als Michiel de Ruyter en J. Kessels er niet waren geweest, dan had ik het niet gedaan.’

Je was een van de eerste bekende acteurs die zich openlijk lieerde aan een supermarktketen. Had je het idee dat je vakbroeders en -zusters die keuze begrepen?

‘O nee, ik denk dat veel mensen het ontzettend stom vonden. Maar het is heel eenvoudig: als freelancer bouw ik geen pensioen op, niks. En zo’n vetpot is het ook weer niet om in Nederland in deze business te zitten, dus ze kunnen allemaal de pot op. Daarbij: van tevoren heb ik goed dichtgetimmerd dat de filmpjes een zekere kwaliteit moeten hebben en leuk moeten blijven om naar te kijken. Dat is gelukt, ik doe het niet voor niets al tien jaar. Zodra ik merk dat de mensen het toch beu zijn, dan hou ik ermee op.’

Kun je verklaren waarom Undercover zo’n kijkcijferknaller is?

‘Wat in ieder geval zo is, is dat de maakcultuur in België in alle opzichten mijlenver voor ligt op die van ons. Neem bijvoorbeeld Rundskop, een Belgische film die voor een Oscar was genomineerd, maar in ons land niet eens door het Filmfonds zou komen wegens te donker en zwart. Als je in Nederland met zoiets wilt komen, dan moet je het zelf initiëren, zoals de makers van Mocro Maffia hartstikke knap hebben gedaan. Verder is het hier toch vooral veel romcoms en films met liefde in de titel. In België durven ze een stapje verder te gaan, wat in het geval van Undercover ook komt omdat Netflix carte blanche heeft gegeven op het idee: klinkt goed, ga maar maken. Daardoor hoefden wij geen verantwoording af te leggen aan een Filmfonds of een omroep, wat sowieso een slecht idee is, dat die mensen zich inhoudelijk met je productie gaan bemoeien. Los daarvan heb je in België anders dan in Nederland een schrijfteam van drie of vier mensen die samen aan een serie werken, er is meer personeel op de set en je hoeft minder te doen op één dag, omdat je meer draaidagen hebt. Zo stapelen de voordelen zich op, wat je terugziet in het eindproduct.’

Werk je liever in België dan in Nederland?

‘Ja, helaas wel. Ik zou heel graag in Nederland werken, maar het is hier te vaak beknibbelen en sappelen. De serie over Fortuyn was goed gelukt, maar de onderwerpen zijn vaak ook niet je-van-het.’

Ben je een workaholic?

‘Nou ja, ik hou van werken en vind het leuk. Ik word er gelukkiger van dan thuis op de bank zitten.’

Zit je weleens thuis op de bank?

‘Volgens mijn vrouw komt dat vaak genoeg voor, haha. Ik hou heel erg van voetbal, dat doe ik twee keer per week met Sjaak Swart en andere oud-Ajacieden. Ik tennis en ik padel. Dat vind ik allemaal heel leuk om te doen.’

Een sporter dus.

‘Ja, dat zou je niet zeggen eigenlijk (lacht).’

Je hebt ook net een uitgeverij opgezet met je vrouw, schrijfster Eva Posthuma de Boer. Ga je zelf ook schrijven?

‘Ik heb een paar scripts geschreven en kan goed dingen bewerken, maar ben geen schrijver. De hele dag in je eentje in een kamertje zitten tikken, dat kan ik niet. Ik moet mensen om me heen hebben. Het idee om zelf boeken te gaan uitgeven komt voort uit het feit dat we de meeste uitgeverijen een beetje fantasieloos vonden. Ik zeg met nadruk: de meeste, want de uitgeverij van de nieuwe roman van mijn vrouw, De hand van Mustang Sally, doet het steengoed. Maar veel uitgeverijen gaan uit van de redenatie: een boek verkoopt zichzelf. Daar werden we moe van, dus we geven haar kookboekjes nu zelf uit. Dat is hard werken en best ingewikkeld, want we snappen niet veel van die business. Tegelijkertijd vind ik dat niet zo erg, want wij hoeven het niet te doen zoals zij het doen.’

Je vrouw en jij zijn al dik twintig jaar bij elkaar. Wat is jullie geheim?

‘Ik denk dat we allebei het onderste uit de kan willen halen van alles wat we doen en dus ook van onze relatie. We zijn bereid om daarvoor te knokken, wat niet altijd makkelijk is, maar dat geeft niet.’

Wat is er niet makkelijk in jullie relatie?

‘Gewoon, samenleven met mij is niet makkelijk. Ik ben bijvoorbeeld nogal een sloddervos, Eva totaal niet. Dan gaat het soms niet vanzelf, weet je wel. Maar ik ben heel blij met haar en zij hopelijk meestal ook met mij, dus dat gaat allemaal goed.’

Eva stond op het punt te gaan trouwen toen ze voor jou viel. Ben jij zo’n womanizer?

‘Ik ben een paar keer in mijn leven echt verliefd geweest en ik weet niet wat dat is, maar dan komt er ineens van alles uit allerlei krochten van je ziel, zodat die ander denkt: ik wil jou. In het geval van Eva reden we met de trein van Groningen terug naar Amsterdam en was ik tweeënhalf uur lang Eddie Murphy en Ricky Gervais ineen. Ik heb haar de hele rit lang aan het lachen gekregen. Dat werkte, blijkbaar.’

Krijg je veel fanmail van vrouwen die je ook wel zien zitten?

‘Ik heb een Instagram-pagina, die houdt mijn dochter voor me bij. Daar zie ik weleens wat voorbijkomen met hartjes en dingen in het Portugees en Braziliaans, maar met alle respect, dat ga ik niet allemaal zitten doornemen.’

Sta jij voor je gevoel nog aan het begin of ben je al ergens over de helft?

‘De dag nadat ik vijftig was geworden, stond ik op om naar de wc te gaan. Vrij vroeg, zo gaat dat vanaf een zekere leeftijd. Vanuit het raam zag ik een mooie zonsopgang, met een lucht die roze en oranje kleurde. Ik maakte er een foto van en dacht: dit is de eerste dag van de rest van mijn leven. Zo voelt het echt. De afgelopen weken ben ik met Guus naar Amerika geweest, daarna heb ik voor de film All Inclusive gedraaid op Bonaire, vervolgens ging ik met een aantal artsen naar Venetië. En dat in één maand. Voor mijn ecologische footprint is het niet goed, maar voor mijn gemoedstoestand wel. Ik maak zoveel mee, de zon schijnt. Ik heb er plezier in, zet dat er maar in.’

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen