‘hij zag haar slippertjes drijven’

Je kijkt heel even de andere kant op en je kind is verdronken. Probeer dan maar eens vrolijk verder te leven.

HEDDY BAKKER (44, leerkracht basisonderwijs) verloor haar dochter Marith (6) in 2014. Haar zoon is nu 12.

‘waarom heeft niemand haar gehoord?’

“Mijn ex en ik waren net drie maanden uit elkaar toen hij de kinderen op Vaderdag meenam naar zijn ouders. Een vrijstaand huis omringd door water. ‘Let alsjeblieft op, ze kan niet zwemmen’, heb ik herhaaldelijk gezegd. Marith was een vrolijk meisje dat geen gevaar zag. Toen ze anderhalf was, begon ze ineens in haar eigen taal te praten. Haar ontwikkeling ging niet volgens het boekje, maar we zullen nooit weten waarom. De artsen hebben geen diagnose kunnen stellen.

Die dag, 15 juni 2014, mocht ze een rondje lopen om het huis. Mijn ex stoeide met Niels, onze zoon, die toen vier was. Het duurde lang voordat Marith terugkwam. Te lang. Het was uiteindelijk de broer van mijn ex die haar slippertjes zag drijven. Waarschijnlijk heeft ze een verloren speeltje uit de sloot willen halen. ‘Waarom heeft niemand haar gehoord?’, vroeg ik de traumachirurg achteraf. Hij vertelde dat kinderen vaak stil verdrinken. Ze willen schreeuwen, maar hun longen lopen meteen vol water. Het gaat zo snel, waarschijnlijk heeft ze amper iets gemerkt. Dat is mijn grote hoop: dat Marith geen paniek heeft gevoeld.

Nadat mijn ex me had gebeld, racete ik naar ze toe. ‘Ik heb jullie zo gewaarschuwd!’, schreeuwde ik. Mijn ex-schoonmoeder en een voorbijganger waren aan het reanimeren, maar ik zag meteen dat Marith dood was. Ik ben geen millimeter van haar zijde geweken. De brandweer kwam, de politie, een ambulance, een traumahelikopter. En al die tijd dacht ik: laat haar alsjeblieft met rust.

Het moeilijkste moment van mijn leven was het sluiten van de kist. Dat moest helaas al na drie dagen. Ik wist: ik zie haar nooit meer, ik kan haar nooit meer knuffelen. Toen er nog geen steen op haar graf lag, durfde ik er amper naartoe. Ik wilde haar het liefst opgraven.

Na acht jaar is het verdriet niet minder geworden, al raakt het voor de mensen om mij heen naar de achtergrond. Begrijpelijk, maar ik vind het moeilijk. Ik wil niet dat Marith vergeten wordt. Als ik nieuwe mensen ontmoet die vragen of ik kinderen heb, sta ik voor een dilemma. Zeggen dat ik één kind heb, voelt niet goed. Maar meteen over je verdronken dochter vertellen is wel heel heftig. ‘Weet je zeker dat je het wilt horen?’, vraag ik nu maar.

Ik heb vaak gedacht: was ik maar bij mijn ex gebleven, dan was het misschien niet gebeurd. Ook Niels had zulke gedachten: had ik maar niet met papa gestoeid ... Gelukkig kunnen wij samen overal over praten. Met mijn ex daarentegen heb ik er geen woord meer over gewisseld. ‘Waarom hebben de ouders niet opgelet?’, lees je vaak onder nieuwsberichten over verdronken kinderen. Kwetsend. Het kan zó snel misgaan. Ik heb mijn ex gewaarschuwd, maar ik wijs hem niet aan als schuldige. Dit is het laatste wat hij heeft gewild. Het had iedere ouder kunnen overkomen.”

LOT VAN DER HEIJDEN-DE GRAAFF (64, mediator) verloor haar dochter Milou (5) in 1998. Haar andere drie dochters zijn nu 32, 31 en 25.

“Ik zie mensen denken: 1998? Oh, dat is lang geleden. Maar voor mij maakt dat niets uit. Dit is geen pijn die langzaam uitdooft. Je bent geamputeerd voor de rest van je leven. We wonen vlak bij het water, dus we wilden dat onze kinderen zo snel mogelijk leerden zwemmen. Die dag, 17 augustus, bracht ik onze derde dochter Milou naar zwemles. Ouders mochten niet blijven kijken en dus reed ik weer naar huis. Eenmaal thuis ging de telefoon. ‘Kunt u naar het zwembad komen? Milou wordt op dit moment gereanimeerd.’ De drie badmeesters waren haar uit het oog verloren tijdens een oefening zonder bandjes. Achteraf bleek dat Milou twintig minuten onder water heeft gelegen voordat ze werd opgemerkt. Ze had nog een lichte hartslag toen ik aankwam. Ik reed mee met de ambulance. Mijn man, Lodewijk, was inmiddels door de politie gewaarschuwd en kwam rechtstreeks naar het ziekenhuis. ‘We moeten stoppen met reanimeren, het heeft geen zin meer’, zei de arts. Miloutje werd op mijn schoot gezet. Zo hebben we een tijdje huilend en sprakeloos met z’n drietjes in die kamer gezeten. Tot we ons realiseerden dat onze andere kinderen nog van niets wisten en we niet zomaar met een overleden zusje thuis konden komen. We hebben de meisjes, toen acht, zes en anderhalf, opgehaald en Milou samen mee naar huis genomen. Daar kwam ik in een andere stand. Een verdoving die werkte als bescherming. Ons huis stroomde vol mensen. Lodewijk en ik namen een faciliterende rol aan waarin we koffiezetten en anderen troostten. Het was onwerkelijk. Op de begrafenis heb ik niet gehuild. Ik was een soort zombie, een toeschouwer. En dat ben ik jarenlang gebleven. Mijn man kon zijn verdriet beter toelaten. Dat onze andere kinderen gewoon doorgingen met hun levens, luchtte me in eerste instantie op. Pas later realiseerde ik me dat dit niet normaal was. Onbewust probeerden ze ons te ontzien, zijn nooit lastig geweest, hebben niet gepuberd. Pijnlijk vind ik dat. Hun vertrouwen in het leven is op jonge leeftijd ernstig geschonden. Je zusje gaat naar zwemles, nota bene om te voorkomen dat ze verdrinkt, en komt niet meer terug. Een officier van justitie vroeg of we de drie badmeesters wilden laten vervolgen; het was tenslotte dood door schuld. ‘Nee’, zeiden wij. ‘Je zult dit maar op je geweten hebben. Erger kun je toch niet gestraft worden?’ Lange tijd hielden we hoop dat die badmeesters op een dag bij ons op de stoep zouden staan. Maar we hoorden niets. Verbijsterend. Milou was een heerlijk, vrolijk meisje dat achter haar grote zussen aanhobbelde en zó blij was met de komst van haar kleine zusje. Dat ze een onbezorgd leven heeft gehad, is mijn enige troostrijke gedachte. De pijn blijft. Het zit in mij, in mijn man en mijn kinderen. Maar ook met een geamputeerd been kun je gelukkig zijn. Ik heb een fijn huwelijk. En geweldige dochters. Zij zijn – naast wat vrienden en een enkel familielid – mijn voedingsbron om dit leven aan te kunnen.”

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis
‘de drie badmeesters zagen het niet gebeuren’

MARJOLEIN HARTMAN (48, eigenaar van drie sigarenwinkels) verloor haar zoon Max (22) in 2020 bij het Scheveningse surfdrama. Haar dochter is nu 9.

‘nooit duurde een nacht zo lang’

“Om kwart over twee ’s nachts stonden ze voor mijn deur: twee vrouwelijke agenten. ‘Max wordt vermist.’ Ik had geen idee dat hij was gaan surfen. Hij woonde al vier jaar op zichzelf, in Delft. ‘U moet geen hoop hebben’, zei de Scheveningse rechercheur over de telefoon. ‘We hebben zijn auto gevonden en vrienden hebben bevestigd dat hij het water in is gegaan.’

Toen de agenten weg waren, zat ik daar in mijn eentje. Mijn dochter Ivy was bij haar vader, maar die nam zijn telefoon niet op. Mijn zus ook niet. Vriendinnen niet. Ik bleef maar bellen, maar alle mobieltjes stonden op stil. Een nacht heeft nog nooit zo lang geduurd. Als ze hem maar vinden, dacht ik. En toen ze hem de volgende ochtend vonden: als ik hem maar kan zien. Verder dan één stap vooruit kon ik niet denken.

Max lag op een betonnen vloer onder handdoeken. Koud. Ik heb hem geknuffeld. De pijn is lichamelijk. Er wordt iets van je afgescheurd en er blijft een gapende wond achter. Het eerste jaar voelde als een vrije val. Nog dieper en ik ga dood, dacht ik. Ik kan dit niet dragen. En toch: je draagt het.

Ik heb heel veel van Max gehouden, mijn rouw is de prijs die ik betaal voor de liefde die ik heb gehad. Maar dat ik geen aansluiting meer voel met anderen, maakt het nog veel zwaarder. Ik krijg adviezen: ‘Ga leuke dingen doen.’ Leuke dingen? Ik ben al blij als ik mijn bed uit kom. Mensen begrijpen niet hoe verwoestend het is om je kind te verliezen. Woorden als ‘geluk’ en ‘blij’ hebben voor mij een nieuwe betekenis gekregen. Ik was ‘de moeder van Max’, nu ben ik ‘de moeder van een dood kind’. Als ik door het dorp loop, kijken mensen weg. Bij een ongeluk draai je je hoofd ook om, dat is instinct, maar je kunt je instinct een tweede gedachte geven en ervoor kiezen toch het gesprek aan te gaan. Troost geven is eigenlijk heel simpel. Het is het erkennen van het verdriet. Begrijpen: jij hebt pijn, ook al voel ik dat zelf niet. Voor veel mensen blijkt dat te moeilijk. Ik ben een hoop vrienden verloren.

Max was bijna ieder weekend thuis. Hij hielp vaak in de winkel, iedereen liep met hem weg. Niet voor niets waren er achthonderd mensen op zijn uitvaart. Het enige dat ik nu nog van hem heb, zijn herinneringen. Ik dacht: als Ivy straks met vragen komt, ben ik misschien van alles vergeten. Dus ik besloot een brief aan haar te schrijven. Om uit te leggen waarom ze niet alleen haar broer, maar ook een deel van haar moeder is verloren. Natuurlijk gaan we naar de speeltuin en op vakantie, maar de onbezonnenheid is eraf. Ik loop niet meer gek te doen in huis.

De brief werd een boek: Rauw, dat inmiddels is uitgegeven. Het schrijven vulde mijn eenzame avonduren. En het gaf me wat rust. Met de herinneringen op papier hoef ik er niet krampachtig aan vast te houden. Ik raak ze niet meer kwijt.”

STYLING SUUZ BISSCHOPS VISAGIE XIU YUN YU KLEDING IVO, ZADIG & VOLTAIRE MET DANK AAN DE VERENIGING VOOR OUDERS MET EEN OVERLEDEN KIND, OUDERSOVERLEDENKIND.NL

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen