‘Ik heb geleerd ten volste te leven’

Op haar elfde ontsnapte Eveline Clignett ternauwernood aan een verdrinkingsdood. Haar moeder overleefde het niet. Eveline keerde terug naar de plek des onheils en ontmoette daar de liefde van haar leven.

Eveline (39): ‘Ik was elf jaar toen ik met mijn vader, moeder en twee broers op vakantie was. We stonden op een camping in Zuid-Frankrijk. Het was onze laatste dag, daarna zouden we terugrijden naar Nederland. Het was een warme dag in augustus. We zouden er een gezellige stranddag van maken. Omdat het een drukbezochte strandplek was, besloten we een riviertje over te steken om bij een rustigere plek te komen. Het riviertje was ondiep, het water kwam tot onze enkels. Maar de stroming was sterk, de zee onrustig. We zijn allemaal goede zwemmers. Wonen in Den Haag aan het water en zijn niet naïef, horen elk jaar over de verdrinkingsgevallen in de buurt van Scheveningen. Deze ondiepe plek leek ons niet gevaarlijk. Mijn vader liep voorop de zee in, gevolgd door mijn broers, ik erachteraan en mijn moeder sloot de rij af. Inmiddels waren we al flink het water in, toen mijn moeder een slecht voorgevoel kreeg. Ze kwam paniekerig op mijn vader afgestormd en riep: ‘Eveline moet hieruit!’ Ik was elf, een klein, dun meisje. Mijn vader zou samen met mijn broers, allebei zeventien, in zee blijven, wij liepen liever terug. Ik weet niet meer hoe het gebeurde, maar op de terugweg zijn we door de stroming meegetrokken naar een dieper gedeelte de zee in. Het gebeurde zo snel. Opeens konden we niet meer staan. De paniek sloeg toe. De stroming werd alsmaar erger. Golven sloegen over ons heen. Mijn moeder begon naar mijn vader te roepen. Ik riep mee, maar ze hoorden ons niet. Het geluid van de golven overstemde ons. We gingen steeds vaker kopje-onder. Mijn moeder hield me aan het bandje van mijn badpak vast zodat we elkaar niet zouden verliezen. Na elke golf hapten we naar lucht. Dat kon niet lang, want dan trok de volgende golf ons weer onder water. Ik herinner me al het schuim van de golven om me heen. De paniek die steeds erger werd. We hadden beiden door dat het goed mis was. Probeerden nog harder te roepen, maar omdat we weinig lucht kregen, ging dat steeds moeilijker. We konden ons er niet meer uit trekken. Konden niet meer boven water komen. We dreven onder water. Opeens was er weinig paniek meer. Daarvoor waren we nog aan het gillen, nu kreeg ik bijna berusting. Ik ga dood, dacht ik. Mijn moeder liet mijn bandje los. Door het blauwgroene water keek ik naar haar. Ze hing in een sierlijke houding. Ik zag alleen haar rug. Ik wist het meteen: mijn moeder is dood.’

Redders

‘Ik weet niet hoe, maar op de een of andere manier kwam ik weer boven water. Ik zag twee jongens van een jaar of zestien op een bodyboard. Opeens sloeg de paniek weer toe. Ik begon weer te roepen. Ze zagen me. Kwamen naar me toe gezwommen, hebben me uit de golven getild en vastgemaakt op hun board. Ik riep meteen: ‘Mijn moeder ligt daar dood in het water. Mijn moeder ligt daar dood.’ De Duitse jongens brachten me in veiligheid naar de kant bij hun moeder. Ze sloeg haar armen en een handdoek om me heen. Een van de jongens rende met zijn board terug de zee in en vond wonderbaarlijk genoeg mijn moeder. Aan haar pols trok hij haar uit de zee. Heel moedig achteraf. En slim om haar alleen bij haar pols te pakken: als mensen in het water in paniek zijn, klampen ze zich vast aan een persoon en kunnen ze iemand meetrekken de verdrinkingsdood in. Terwijl de jongens de reddingsbrigade zochten, ging ik samen met hun moeder op zoek naar mijn vader en broers. Ik vond mijn broers, aan het badmintonnen op het strand. Ik weet nog dat ik dacht: ik ga mijn broers nu vertellen dat onze moeder dood is. Ik weet niet meer hoe ik het zei, maar het was een droge boodschap. Ik huilde niet. Ze reageerden geschrokken. Mijn vader was intussen op zoek gegaan naar ons omdat hij het toch niet vertrouwde. Hij vond een kring mensen die om een drenkeling heen stond, toen hij opeens zag dat het zijn vrouw was die dood uit haar ogen keek. Het was een onwerkelijke situatie. In haar ogen zag hij dat ze er al niet meer was, vertelde hij later, maar omdat ze haar aan het reanimeren waren en werd meegenomen door een traumahelikopter, was er nog hoop.

‘Ze hield me aan het bandje van mijn badpak vast zodat we elkaar niet zouden verliezen’

Een van mijn broers nam mij mee naar de camping, de andere ging op zoek naar onze vader. Terwijl we door de duinen terugliepen vloog een traumahelikopter over in de richting van het strand. Ik weet nog dat ik me verdoofd voelde en leeg. Op de camping ging ik alleen in mijn tentje liggen. Ik voelde me misselijk. Ziek. Van al het zoute water in mijn lijf. Het was onwerkelijk: ik wist wat er zonet op het strand was gebeurd, maar voelde de consequentie daarvan niet. Dat mijn moeder misschien niet meer leefde en wat dat voor onze toekomst zou betekenen kon ik nog niet beseffen. Ik heb alleen maar voor me uitgestaard in die tent. Huilen kon ik niet. Het leek uren te duren. Achteraf hoorde ik dat mijn vader ons vrij snel kwam ophalen. We gingen naar het ziekenhuis, naar mama. Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis, werd mijn vader meegenomen door de arts en mocht hij naar mijn moeder toe. Mijn broers en ik moesten in een wachtkamer wachten. Ik zat tussen ze in. De ene broer zei dat het wel goed zou komen. ‘Mama heeft gewoon een vette helikoptervlucht gemaakt en morgen rijden we samen weer naar huis.’ De andere broer zag het somber in. Hij had het over een grote wond die we zouden hebben als mama dood zou zijn. Dat die wond over een paar jaar wel weer zou helen, maar dat het lang zou duren en dat we er voor elkaar moesten zijn. Ik hield me stil.

Mijn vader kwam het kamertje uit gelopen. Hij zei niks, nam ons mee naar buiten, zette een zonnebril op en nam ons mee een stukje rijden. Ergens in de buurt van een rustig plekje stapten we uit en gingen we zitten. Hij nam mij op schoot, keek ons aan en zei: ‘Kinderen, ik moet jullie het ergste vertellen wat ik jullie ooit ga vertellen.’ Hij begon te huilen. ‘Mama is dood.’’

Trauma

‘De volgende dag zouden we naar huis vliegen, dus we sliepen nog een nacht op de camping. Die nacht sliep ik bij mijn vader. We lagen lepeltje-lepeltje: ik de grote lepel, hij de kleine. Ik hoorde hem in de nacht snikken, en ik troostte hem. De volgende dag vlogen we naar huis. Het was mijn eerste keer vliegen. Ik zal het nooit meer vergeten. Ik vond het geweldig. Het hele drama verdween naar de achtergrond. Ook de lieve zorg van de mensen na aankomst, maakte me eerder blij dan verdrietig. Gek was alleen dat mama nog in Frankrijk was.

‘Mijn vader keek ons aan en zei: ‘Ik moet jullie het ergste vertellen wat ik jullie ooit ga vertellen. Mama is dood’’

Mama zou pas tien dagen daarna thuis worden gebracht. Ik vond het vreselijk om haar daar achter te laten. In een onbekend ziekenhuis. Mijn broers en vader hebben nog afscheid genomen van haar lichaam. Ik niet. Het lichaam van mijn moeder was geschonden door de verdrinking en omdat ik nog zo jong was, besloten we dat ik haar niet meer zou zien. Dat voelde zo het beste. Thuis werd een gedenkplek ingericht, we hadden de hele dag mensen over de vloer. Ik weet nog dat ik dat wel gezellig vond. Dat ik tegen iedereen opnieuw het verhaal vertelde. Ik sloot altijd af met: ‘Maar ík leef nog.’ Achteraf weet ik waarom ik dat zei: iedereen vroeg naar mama – wat ik uiteraard logisch vond –, maar ik had een traumatische ervaring waar eigenlijk niemand naar vroeg. Zelfs mijn vader niet. Dat het een trauma was, ontdekte ik pas toen ik zestien was en naar een bioscoopfilm ging waarin de eerste scène zich midden op zee met hoge golven afspeelde. Ik ben huilend de bioscoop uit gerend.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Al abonnee?
Log in om verder te lezen

Er volgde een therapiesessie met een psycholoog. Eerst alleen, later met de familie samen. We kwamen erachter dat we in al die jaren eigenlijk nooit met elkaar hadden gepraat. Dat we nooit gedeeld hadden met elkaar hoe de hele gebeurtenis voor ons was geweest. Emoties werden liever met grapjes opgelost. Er was wel veel liefde. School was een groot vangnet, ouders van vriendinnetjes ook. Maar niemand vroeg hoe ik die dag in augustus heb ervaren, hoe het voor mij was om getuige te zijn van de laatste minuten van mijn moeder en hoe mijn eigen bijna-verdrinkingsdood was. Mijn vader heeft later sorry gezegd. Zei dat hij mij zag als meisje zonder moeder. Niet als meisje met een trauma. Hij overzag de situatie niet, hij was bezorgd over onze toekomst en wilde met zijn keuzes het beste voor ons. Ik neem hem weinig kwalijk: hij was de liefde van zijn leven verloren en stond er opeens helemaal alleen voor. Met drie jonge kinderen. Ik weet niet hoe ik het zelf in zo’n situatie had gedaan.’

Plek des onheils

‘Toen ik tweeëntwintig was, precies elf jaar na dato, ging ik met mijn beste vriendin naar ‘de plek des onheils’. Zo noemden we ’m. We zouden kijken hoe ik de plek zou ervaren, hoe ik ermee om zou gaan en of ik de gebeurtenis had verwerkt – voor zover dat kan. Ik was niet bang of gespannen, integendeel: ik was nieuwsgierig. Ik had er zin in. Om vijf uur ‘s ochtends vertrokken we met een auto met tent in de kofferbak naar het zuiden. Ik voelde me op dat moment gelukkig. Zat midden in mijn studententijd vol mannen en feestjes. De autorit was fantastisch, met veel koffie, muziek en geblèr. Eenmaal gearriveerd op dezelfde camping gingen we meteen naar het strand. Mijn vriendin was surfchick, ik ging voor op haar plank zitten en ze heeft me helemaal over het stroompje heen gesurfd. Precies op dé plek ben ik de zee in gegaan. Veilig met het surfboard erbij. Symbolisch hebben we tegen de golven gebokst. We hebben hard geschreeuwd tegen de zee en even heel hard gelachen. Ik sloot vrede met de zee. In gedachte zei ik tegen de golven: ik weet dat jullie hier niks aan kunnen doen. Ik voelde een bepaalde rust. Het was oké.

Om het lot niet te tarten ben ik verder die week niet gaan zwemmen. We hebben veel gelezen op het strand, en gepraat. Op een avond zouden we de zonsondergang gaan bekijken op het strand. Dat was natuurlijk niet romantisch met alleen maar wij twee als vriendinnen. Daar moesten leuke mannen bij. Ik nodigde een groep jongens uit die op dezelfde camping verbleven. Ik raakte aan de praat met een Duitse jongen, Sascha. We praatten Engels. Ik vertelde wel over mijn moeder, maar ging er niet diep op in. Ik begon hem steeds leuker te vinden en aan het einde van de avond zoenden we. Ik was verkocht. Hij werd mijn vakantieliefde. Ik sliep die hele vakantie niet meer met mijn vriendin in ons tentje, maar in de duinen met m‘n nieuwe liefde. Eenmaal thuis hield onze langeafstandsrelatie stand. Na de eerste ontmoeting weer in Nederland wisten we het zeker: wij willen samen oud worden. Het voelde zó goed. Hij is nu de vader van mijn drie kinderen. Ik geloof niet in God, maar heb wel een bepaalde overtuiging, een oervertrouwen in het leven: dat de meeste dingen met een reden gebeuren. Dat ik uitgerekend de man van mijn leven ontmoette op de plek waar ik bijna het leven liet, moest zo zijn. Het voelde als een geschenk van mijn moeder. Zo voelt dat tot op de dag van vandaag. Na zeventien jaar ben ik nog steeds smoorverliefd op hem. Ook al kan ik hem regelmatig achter het behang plakken.’

Verdriet

‘Op heel jonge leeftijd heb ik een harde levensles geleerd. Echt pijn en verdriet gekend. Keiharde pech gehad: achteraf bleek het strand een bekende plek te zijn waar elk jaar mensen verdrinken. We waren op de verkeerde plek, op de verkeerde tijd. Lange tijd dacht ik: waarom ik? Waarom mijn moeder?

In mijn pubertijd ontwikkelde ik een angst voor de dood. Ik werd bang om mensen kwijt te raken. Bang dat mij plotseling iets zou overkomen. Soms zelfs zo erg dat ik op een rare manier verlangde om zelf dood te gaan. Op zoek naar rust en om te weten of er nog iets is na de dood. Op latere leeftijd ben ik door het besef van mijn eigen sterfelijkheid juist extra van het leven gaan genieten. Het leven is niet maakbaar, alleen ik kan er het mooist mogelijke uithalen wat erin zin. Ik heb geleerd ten volste te leven. Ik ben van baan gewisseld, wilde er een waarbij ik ook vanuit huis kon werken. De eerste jaren van mijn kinderen ben ik fulltime thuis geweest om alles van elkaar mee te krijgen. Ik dacht: voor mijn baas, voor welke baas dan ook, ben ik altijd vervangbaar, maar voor mijn gezin nooit. Ik had nooit zo kunnen zijn zoals ik nu ben. De angst voor de dood is omgeslagen in een grote wil om te leven.

Rouw is geen proces dat je op een gegeven moment afsluit. Het zal altijd aanwezig zijn in je leven. Het verdriet zal weer oplaaien als je veranderingen meemaakt. Als je vader een nieuwe partner krijgt. Als er opeens oranje gordijnen in je ouderlijk huis hangen in plaats van blauwe, zoals bij je moeder hoorde. Als je zelf moeder wordt en het niet kunt delen met je eigen moeder. Maar ik kan het verdriet nu wel beter dragen. Vooral nu ik zie wat voor mooie dingen er in mijn leven zijn. En daar geniet ik des te meer van.’

Dit artikel komt uit:
&C Magazine - Editie 3 - 2022

&C Magazine - Editie 3 - 2022
Terug naar overzicht
Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen
Groot feest in noorwegen: amalia’s eerste gala
Weekend

Groot feest in noorwegen: amalia’s eerste gala

Toute royale kwam naar Oslo voor het feestje van de achttienjarige erfprinses Ingrid Alexandra. Voor heel wat jonge royals was het hun eerste konink lijke bal. Zoals voor prinses Amalia en haar Belgische collega prinses Elisabeth.

Lees meer
Wat u nog niet wist over Chantal Janzen
Story

Wat u nog niet wist over Chantal Janzen

Dit jaar zit Chantal Janzen (43) twintig jaar in het vak, en dat vraagt om evenzoveel leuke, interessante en opmerkelijke weetjes over de talentvolle presentatrice en musicalster. Want wist u bijvoorbeeld dat ze kampt met hoogtevrees, dit jaar oma wordt, in therapie is geweest en dat haar ooit zo innige band met showbizzcollega Linda de Mol ernstig bekoeld is?

Lees meer
FLINKE DOMPER voor pasgetrouwde Anouk
Party

FLINKE DOMPER voor pasgetrouwde Anouk

Eerst moest ze al afscheid nemen van haar zoon Benjahmin (20) die naar Amerika ging om zijn basketbalcarrière te vervolgen en nu vertrekt ook Anouks dochter Phoenix (17) naar de USA, nadat ze een aanbod heeft gekregen van The Washington State University om daar te komen basketballen. Ook vertrekt haar zoon Elijah (18) na de zomer voor vier jaar naar het buitenland voor een studie. De pasgetrouwde Anouk is supertrots dat ze hun dromen waar gaan maken, maar zal haar uitgevlogen kinderen enorm gaan missen, zegt ze.

Lees meer
De ware reden achter huwelijk Hans Klok
Story

De ware reden achter huwelijk Hans Klok

‘Op maandagmorgen naar het stadhuis’ Hans Klok (53) heeft de afgelopen tijd zijn leven onder de loep genomen. De illusionist wilde weten of hij iets te vrezen heeft. ‘Ik vind het verschrikkelijk hoe mijn collega’s de afgelopen maanden onder vuur zijn komen te liggen en dat men in Nederland steeds meer voor eigen rechter gaat spelen,’ vertelt Hans aan Story. ‘Bij sommige van mijn collega’s, onder wie Marco Borsato, moet nog van alles bewezen worden. Maar zijn carrière is stuk. Zelfs als straks blijkt dat het niet waar is, heeft hij een wonder nodig om terug te komen. Dat is toch verschrikkelijk? En zelfs een instantie als Madame Tussauds doet daar aan mee. Zij halen zijn beeld weg en brengen daar zelfs een persbericht over naar buiten. Dat laatste hadden ze…

Lees meer
‘Steeds vaker dacht ik: als dit het leven is, hoeft het voor mij niet meer’
Flair

‘Steeds vaker dacht ik: als dit het leven is, hoeft het voor mij niet meer’

Als Jamie Crafoord (29) 22 jaar is, krijgt ze siliconen borstprotheses. Haar geluk is van korte duur, want ze wordt doodziek. Pas als ze nog maar 37 kilo weegt en in een rolstoel belandt, ontdekken ze de oorzaak: ‘zwetende’ protheses. “Ik wilde dat spul het liefst direct nog uit mijn lichaam trekken, heb geen moment getwijfeld.”

Lees meer