‘Ik huil voor mijn moeder en familie en vrienden die zijn achtergebleven’

Samen met haar man en zoontje vluchtte Alla Gmelig Meyling uit Oekraïne. “Mijn leven voelt nu als een heel slechte film. Er is geen tijd om stil te staan bij emoties. Die heb ik voor nu even uitgeschakeld. Anders zou ik gek worden.”

“Mijn man Erik is een Nederlander. Half januari kreeg hij een mail van de Nederlandse ambassade met de boodschap dat de situatie aan de oostkant van Oekraïne dreigend werd. Zelf dacht ik: dat zal wel loslopen. Het is al acht jaar onrustig aan die kant. Maar Erik had vrij snel in de gaten dat er meer aan de hand was. We waren net drie dagen verhuisd naar Velyki Kanivtsi, een klein dorpje in centraal Oekraïne, toen Erik die mail van de ambassade kreeg.

Daarvoor woonden we zeven jaar in Kiev, maar ik wilde heel graag terugverhuizen naar mijn geboortedorp. Dicht bij mijn moeder. Zij woont twee straten verder. Dat vond ik een heel fijn idee. Echt huisje-boompje-beestje, zoals ze dat in Nederland zeggen. Wat was ik blij met ons leuke boerderijtje. Met een grote tuin met kersenbloesem, weids uitzicht en volop de ruimte. Ik kon niet wachten om in het voorjaar te genieten van de geur van de bloesem, het vers gemaaide gras en gezellig barbecueën met familie en vrienden in de tuin. En nu ben ik hier. Ik had nooit gedacht dat het leven zo’n wrange draai zou nemen.”

Afscheid van mama

“Erik was volop met het nieuws bezig. Al dagen verzamelden zich troepen aan de oostgrens met Rusland. De Nederlandse ambassade adviseerde ons op een gegeven moment om naar het westen te gaan. Dat was ver weg van de regio’s waar de Russische troepen mogelijk zouden binnenvallen. We pakten onze spullen bij elkaar met in ons achterhoofd dat we twee weken later weer naar huis zouden gaan. Dan zou het wel weer rustig zijn. Ik nam het minimale mee. Vooral veel spelletjes, boekjes en kleren voor onze zoon Robert. En ook de Playstation ging mee.

(Fotografie: Marloes Bosch. Visagie: Tirzah Waasdorp.)

Achteraf ben ik blij dat ik de vlag van Oekraïne in mijn backpack heb gestopt. Het was in een impuls, maar dit is voor mij nu zo belangrijk.

De volgende ochtend vertelden we onze vijfjarige zoon Robert dat we een tijdje op vakantie zouden gaan. Hij was vooral heel erg boos. We zouden namelijk die dag naar een theatervoorstelling gaan van Paw Patrol. Hij keek daar zo naar uit. Ik wilde ook dat hij een leuke herinnering zou hebben aan thuis. Dus we besloten om na de voorstelling richting het westen te gaan rijden. Na afloop zijn we naar mijn moeder gegaan, waar ook mijn tante en Roberts peetmoeder waren. Ze hebben ons nog uitgenodigd om de paasdagen samen te vieren… Mijn moeder wilde niet met ons mee. Natuurlijk hebben we het haar gevraagd, maar net als de meeste mensen voelde ze geen urgentie om te vluchten. Ze woont al zestig jaar in het dorp, heeft een fijn huisje en een groot stuk land waar ze van alles op verbouwt. Geen haar op haar hoofd dat ze haar thuis zou verlaten. Bovendien zou ze op onze hond Maya en ons huis passen. Ik heb nog voer gekocht voor Maya, want ze is nogal kieskeurig als het aankomt op eten. Robert vond het heel moeilijk om haar bij oma te laten. Die twee zijn samen opgegroeid en onafscheidelijk. We namen afscheid en zeiden tegen elkaar dat het maar tijdelijk was, over twee weken zouden we gewoon weer terugkomen. En zo begonnen we aan onze reis.”

Dreigende speech

“Nadat we een paar dagen in de stad Lviv verbleven, besloten we toch naar het dorpje Skhidnytsia te gaan. Het werd erg druk in de stad met vluchtelingen en de prijzen voor hotelkamers waren enorm hoog. Erik volgde het nieuws op de voet. Midden in de nacht maakte hij mij wakker. Hij had net de dreigende speech van Poetin gezien. Voor hem was dit het teken om uit Oekraïne te vertrekken. Nog steeds kon ik het niet geloven. Rusland valt mijn land aan? Dat gebeurt toch niet in Europa? Dit kan toch niet waar zijn? We hebben Robert laten slapen tot later die ochtend. Ik wilde hem niet bang maken en probeerde kalm te blijven voor hem. Mijn man besloot de volgende ochtend om het dorp in te gaan om geld op te nemen. Dat lukte niet meer. De bank was getroffen door een hevige cyberaanval. Kort daarop begonnen de bombardementen op de steden Charkov en Kiev. De oorlog was begonnen en in tegenstelling tot wat iedereen dacht, bleef het niet alleen bij een invasie van de regio’s Donetsk en Loehansk.”

‘Poetin vernielt het land, vernielt alles wat thuis is. Alles wat mijn man en ik hebben opgebouwd is weg. Ons leven daar is weg’

Schuilen voor de bommen

“Ik wilde wachten met ons vertrek tot we een coronasneltest konden laten doen in een van de testlocaties in het dorp. Die gingen pas om acht uur open en alleen zo’n officieel certificaat van het laboratorium wordt aan de grens geaccepteerd. Ik wilde daar namelijk geen gezeur krijgen. Waar je je druk om kunt maken… Terwijl we in de rij stonden voor een sneltest hoorde ik achter me de knallen. De bombardementen waren begonnen. Ook hoorden we het luchtalarm afgaan. We besloten terug te gaan naar het hotel, naar de schuilkelder. Daar moesten we Robert vertellen wat de knallen waren. Hoe vertel je zoiets aan een vijfjarig jochie? We hebben maar gezegd dat het bommen waren, zoals in cartoons. Ik zei hem dat als het geluid harder zou zijn, hij op de grond moest gaan liggen met zijn handen over zijn hoofd. Op dat moment werd hij heel erg bang. Hij is onder een tafel gekropen en durfde daar een halfuur lang niet onder vandaan te komen. Ondertussen hoorden we het luchtalarm steeds maar afgaan. Een heel beangstigende ervaring voor zowel ons zoontje als voor onszelf. Na twee uur wachten werd het rustig en besloten we te vertrekken naar de Poolse grens. Heel spannend, want we wisten niet of het luchtalarm weer af zou gaan en er nieuwe bommen zouden komen. Ook moesten we langs een aantal militaire posts rijden en dat zouden ook doelwitten kunnen zijn. Normaal gesproken ben ik een heel emotioneel persoon. Maar in deze situatie was ik juist heel gefocust. Instinctief wist ik dat paniek ons nu niet zou helpen. Emoties blokkeerde ik, ik ging over in een regelstand. Ik heb zelfs Erik, die normaal heel nuchter is, moeten kalmeren. Ik vond het vreemd om te merken dat ik zo kalm bleef in die chaos.”

Schuldgevoelens

“Tijdens de reis naar Nederland, naar Eriks ouders, heb ik voornamelijk aan de telefoon gezeten. Er moest zo veel worden geregeld. Mijn moeder is niet handig met haar mobiel. De waarschuwing voor bombardementen wordt via een bericht op je telefoon gegeven. Zij wist dat niet. Ik heb haar elke keer moeten bellen als ze moest gaan schuilen. Dat was moeilijk. Ik maakte me ook grote zorgen over mijn tante, die ik als mijn tweede moeder zie. En nog steeds. Zij woont in een grote stad, Tsjerkasy, en werkt daar in een ziekenhuis. Het nieuws dat ze nu ziekenhuizen bombarderen is heel erg moeilijk. Ik huil voor haar. Ik huil voor mijn vrienden en familie die zijn achtergebleven. Ik huil voor collega’s die met heel jonge kinderen zijn gevlucht, sommigen zelfs met baby’s. Ik huil voor mijn land. Mijn volk.

Ik heb sinds gisteren ontdekt dat ik last heb van het overlevers-syndroom. Ik voel me schuldig dat ik op een veilige plek ben, terwijl de rest van mijn familie en vrienden daar zit. Fysiek ben ik hier met mijn man en kind, veilig in Nederland. Mijn hart is daar. Dat is een enorme tegenstrijdigheid. Er is een moment geweest waarop ik tegen Erik heb gezegd: ‘Neem Robert mee en ga.’ Ik wilde blijven, mezelf nuttig maken. Het voelt voor mij alsof ik mijn land in de steek heb gelaten. Het is moeilijk om te horen hoe solidair iedereen daar met elkaar is en zelf zo weinig te kunnen doen. Iedereen helpt elkaar. Ook in ons dorp komen vluchtelingen aan. Zij leren de mensen uit ons dorp hoe ze molotovcocktails en wegversperringen moeten maken. Ik wist al dat ik deel uitmaakte van een dapper volk, maar ik ben zo trots als ik dit hoor. Tegelijkertijd ben ik ook boos op de hele situatie. Poetin vernielt het land, vernielt alles wat thuis is. Als ik de jongens zie die ten strijde trekken, sommige nog maar net achttien... Vaders die hun gezin aan de grens achterlaten om terug te keren naar de oorlog. Verscheurde families. En zo veel verdriet. Ik kan het nog steeds niet geloven dat dit mogelijk is anno 2022.”

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Oorlogstekening

“Ik weet niet hoe het nu verder moet. Alles wat mijn man en ik hebben opgebouwd is weg. Ons leven daar is weg. Het bedrijf van mijn man… weg. We kunnen niet meer bij ons spaargeld. Ik werk als productmanager bij een internationaal bedrijf. Sinds corona werken we op afstand, dus het werk kan gewoon doorgaan. Het klinkt heel gek, maar het geeft me structuur en houvast om mijn werk te doen. Ik weet niet hoe de toekomst eruitziet. Of we terug kunnen naar ons huis. Robert moet toch ook naar school. Gaan we hem hier naar een Nederlandse school brengen? Kinderen van zijn leeftijd kunnen zich nog makkelijk aanpassen. Maar ik maak me ook zorgen om hem. We tekenen veel en daarmee hoop ik te zien wat er in zijn hoofd omgaat. Vroeger tekende hij altijd fantasiedieren, maar gisteren liet hij mij een tekening zien van een oorlogsschip met allemaal bloed. En dat terwijl ik zo mijn best doe om de oorlog uit zijn leven te houden. Dat doet mij als moeder pijn. Erik en ik zijn al negen jaar een goed team. Wij kunnen op elkaar rekenen, ook in deze moeilijke tijden. Al had ik gedacht dat de covid-pandemie de grootste uitdaging in ons leven tot nu toe zou zijn. Helaas is er geen vaccin tegen Poetin. Maar ik blijf hoop houden.Net als iedere Oekraïner. En eigenlijk iedereen in het vrije Westen.”

‘Ik weet niet hoe onze toekomst eruitziet. Maar ik blijf hoop houden’
Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen