‘ik werd opgesloten in het schapenhok’

Edino van Dorsten (29) is de een van de negen kinderen van Ruinerwold. Na een jeugd vol fysiek en mentaal geweld is hij nu een eigen onlineplatform gestart om anderen te inspireren.

EIGENLIJK HEEFT EDINO HELEMAAL GEEN ZIN MEER OM STEEDS WEER OVER zijn heftige verleden te praten. “Voor mijn gevoel heb ik het al zo vaak verteld: aan de politie, in de rechtszaal, voor de documentaire van Jessica Villerius. Tegelijkertijd heeft het feit dat wij zo open zijn geweest en ons kwetsbaar hebben opgesteld veel mensen kracht gegeven. Dus ik ben daar een beetje dubbel in. Ik wil mijn verleden wel gebruiken om het om te zetten in positieve dingen, daarom doe ik ook dit interview, maar met het oprakelen van alle nare details is het op een gegeven moment wel klaar.”

Dan zal het maken van de documentaire ook wel zwaar zijn geweest.

“Klopt, het draaien van De Kinderen van Ruinerwold riep een hoop emoties op. Natuurlijk hebben we met Jessica een mooie documentaire gemaakt en daar veel erkenning voor gekregen, maar het hele proces heeft ons wel tien jaar van ons leven gekost.” Grappend: “Zo ben ik in die tijd letterlijk mijn haar verloren. Serieus, mijn haargrens trok zich steeds verder terug. Ik kijk op die anderhalf jaar terug als een fijne, maar zware vorm van therapie. Uiteindelijk hebben we het kunnen verwerken door erover te praten. Maar omdat we dat zo veel jaren niet hadden gedaan, was het ingrijpend om dat ineens wel te moeten doen.”

Kun je het gezin beschrijven waarin je bent opgegroeid?

“Mijn ouders waren strenggelovig en hadden hun eigen religie en daarbij horende standpunten en ideeën. Die drong vooral mijn vader aan ons op, meestal in urenlange sessies waarbij hij zijn gedachtegoed uit de doeken deed. Dan zaten wij – zijn negen kinderen – in een kring en vertelde hij hoe het ideale leven eruit zou zien en welke rol wij daarin moesten spelen. Hij bouwde daar vervolgens een eigen wereld omheen waarnaar wij ons allemaal moesten schikken. Elke keer als wij gedrag vertoonden dat daar niet bij paste – en in zijn ogen over een grens gingen – was dat reden voor straf.”

Over wat voor gedrag heb je het dan?

“Dat kon van alles zijn. Soms waren we druk of een beetje aan het klieren, zoals kinderen doen. Als dat gebeurde terwijl mijn vader bijvoorbeeld aan het schrijven of aan het bidden was, vond hij dat totaal ongepast. Hij zag dat als slecht gedrag dat gecorrigeerd moest worden. Dat leidde er uiteindelijk toe dat wij als kinderen het grootste deel van de tijd heel stil waren, uit angst om straf te krijgen. Verder was ik altijd obsessief bezig om mijn vader trots te maken. Zo erg, dat ik amper aandacht aan mijn moeder besteedde. Eeuwig zonde, omdat ze in 2004 overleed en ik dat dus nooit meer kan inhalen. Daarnaast werd mijn vader na haar dood steeds extremer.”

Hoe zag dat gedachtegoed van je vader er concreet uit?

“Hij wilde in Nederland uiteindelijk zijn paradijs op aarde stichten, Eden. Daarin was voor ons allemaal een rol weggelegd. Zo zou ik de rechter van Eden moeten worden en mijn broer Shin buitenlandse zaken gaan doen. Natuurlijk is dat nooit realiteit geworden, maar het zit als kind wel continu in je hoofd. Je denkt: dit is mijn missie, hier moet ik voor leven.”

Wat was het idee achter die rollen?

“Hij dacht dat mensen zich bij ons zouden gaan aansluiten en dat dit zou leiden tot een grote natie. Op een gegeven moment kreeg ik door dat het vooral grootse plannen waren, maar dat niets ten uitvoer werd gebracht. In die tijd sloot mijn vader zich steeds meer op. Hij kreeg daarnaast meer contacten online met volgelingen die hem als een leider gingen zien. Ik kreeg daar zelf steeds minder van mee, omdat ik verder van ons gezin af kwam te staan. Dat kwam doordat ik destijds afgezonderd van de rest moest leven.”

Hoe bedoel je ‘afgezonderd’?

“Ik woonde drie jaar lang in een ander gedeelte van het huis, samen met Shin, mijn oudste broer. Ook mijn zus Mar Jan leefde afgezonderd, maar zij zat in haar eentje, wij hadden geen contact met haar. Shin, Mar Jan en ik waren als enige kinderen ingeschreven bij de burgerlijke stand en moesten daarom naar school, anders zou mijn vader de leerplichtambtenaar op zijn dak krijgen. Omdat wij contact hadden met de buitenwereld dacht mijn vader vaak dat we slechte geesten mee naar huis zouden brengen. Dus hield hij ons liever apart. Dat buitensluiten vond ik heel vervelend. Erger dan de fysieke straffen, al klinkt dat voor buitenstaanders misschien raar. Die afzondering resulteerde erin dat ik me waardeloos voelde. Ik hoorde er niet meer bij, zo voelde dat.”

Er was ook een tijd waarin je regelmatig in een schapenhok werd opgesloten.

“Dat hok had een bankje en tafeltje, verder niks. Behalve slapen, bidden en nadenken, had ik er niets te doen. Wat me op de been hield, was dat ik wist dat hij me er – als school weer begon – uit zou laten, om zich geen gedoe op de hals te halen. Dus ik zat daar alleen in de vakanties. Maar toch: een week duurt lang als je in zo’n hok zit. Je raakt je besef van tijd kwijt, kunt niet bewegen, hebt niks om te lezen. Ik sloeg mezelf er doorheen door hele dagen te dromen.”

‘ineens had ik alle vrijheid, maar geen idee wat ik daarmee moest’

Waarover?

“Dat ik succesvol was. Of beroemd. Mooie fantasieën waren dat. Ze waren voor mij bijna echt, ik leefde mijn dromen daadwerkelijk in mijn hoofd. Ik dacht dan écht dat het zo was. Ik kon erg genieten van zulke momenten, zelfs in dat schapenhok. Dat heeft me geholpen het vol te houden.”

Waarom ging je uiteindelijk thuis weg?

“Ik voelde mij compleet nutteloos in de rol die ik had. Bovendien had ik stiekem een vriendinnetje en Josef, de klusjesman én rechterhand van mijn vader, was daarachter gekomen. Als hij het mijn vader zou vertellen, waren de gevolgen niet te overzien geweest. Zeker omdat ik een maand later achttien zou worden en vanaf dat moment niet meer leerplichtig was. Dan had hij mij bij wijze van spreken een jaar in dat schapenhok kunnen opsluiten zonder dat er een haan naar kraaide. Ik zag geen andere uitweg dan het huis te ontvluchten.”

Had je na je vertrek nog contact met je broertjes en zusjes?

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

“Dat hebben we wel geprobeerd, via Facebook, maar mijn vader zat daar altijd tussen. We waren ook bang voor de eventuele gevolgen voor de achterblijvers. Mijn zes jongste broers en zussen stonden nergens ingeschreven, geen instantie zou ze missen als ze ineens verdwenen waren, omdat niemand wist dat ze bestonden. En we wisten niet hoe psychotisch mijn vader was. Hij dacht dat dit leven slechts een opstapje was naar dat nieuwe leven, dus misschien zou hij wel beslissen om dit leven te verruilen voor het hiernamaals. Ik ben daar wel bang voor geweest.”

Werd die angst groter toen je zelf eenmaal weg was?

“Absoluut, al wist ik tegelijkertijd dat mijn vader ondanks alles van zijn kinderen hield. Wij ook van hem. Shin, Mar Jan en ik waren erg loyaal aan onze vader en worstelden daarmee. Ik was zo bang om het verkeerde te doen, dat ik eigenlijk alleen afwachtend ben geweest. Achteraf kan ik wel stellen dat die afwachtende houding niet goed was. Maar dat is nu makkelijk praten. Dat konden we toen onmogelijk goed inschatten.”

Werd het leven meteen beter toen je ‘vrij’ was?

“Nee, integendeel eigenlijk. Ik had ineens heel veel vrijheid en geen idee wat ik daarmee aan moest. Omdat ik geen baantje had, opende ik rekeningen waarbij ik duizend euro rood kon staan om aan geld te komen. Op een gegeven moment kon ik niet meer naar school omdat ik dat niet kon betalen. En toen kwam ik ook nog in aanraking met drugs.”

Edino gaat steeds zachter praten: “Pillen, cocaïne ...”

Schaam je je daarvoor?

“Ja, natuurlijk. Ik kwam in contact met mensen die allerlei verdovende middelen gebruikten en ik was niet sterk genoeg om nee te zeggen. Ik vond uiteindelijk werk, maar het geld dat ik verdiende, gaf ik allemaal uit aan eten, drank en drugs. En ondertussen was ik diep ongelukkig. Ik woonde met een vriend antikraak tot we op een gegeven moment uit de woning moesten. Die vriend kon terug naar huis, maar ik zou op straat terechtkomen. Zijn ouders hebben me toen aangeboden om een tijdje bij hen te komen wonen. Het idee was voor een paar weken, maar ik ben er een jaar gebleven.

In die tijd kreeg ik een vaste baan bij de zuivelfabriek waar ik uiteindelijk zeven jaar heb gewerkt. Vervolgens raakte mijn toenmalige vriendin zwanger van onze dochter en wist ik dat ik een normaal bestaan moest opbouwen voor ons kind dat onderweg was.”

Dus die zwangerschap gaf jou het zetje in de juiste richting?

“Zeker. Ik wilde de beste vader ooit worden en mijn kinderen het mooist denkbare leven geven. En ik snapte dat dit niet ging lukken als ik zelf nog diep in de ellende zou zitten. Ik heb toen drie jaar in de schuldsanering gezeten. De eerste jaren liep ik met een rekenmachine door de supermarkt – continu was ik aan het uitrekenen wat we nog konden uitgeven die week. Dat geeft veel stress. Ik ben blij dat Joy-Ann dat niet bewust heeft meegemaakt. Nu hebben zij en haar broertje Devinn het goed. En ik weet: als je blijft volhouden, kun je er echt wat van maken.”

Welke sporen heeft je opvoeding achtergelaten?

“Er zijn zeker nog dingen waarmee ik aan de slag moet. Onverwerkt leed dat in periodes van oververmoeidheid en in stressvolle situaties bovenkomt. Laatst kreeg ik bij het boksen een klap op m’n hoofd. Die was zo hard dat ik even terug was in het verleden. Ik kreeg flashbacks en al mijn oude angsten kwamen naar boven. Ik wilde er lange tijd niet aan toegeven, maar er staan nu toch wat sessies met een psycholoog gepland.”

Hoe is het contact met je jongere broers en zussen nu?

“Inmiddels hebben wij de vrijheid om te kiezen wat we willen doen. Mijn jongere broers en zussen kiezen er met die vrijheid voor om niet in de publiciteit te komen. Dus elke keer als ik over hen vertel, ontneem ik hen daar een beetje vrijheid mee. Daar was ik me in het begin niet van bewust. Nu wel. Daarom vertel ik alleen dat we een goede band hebben. Verder doen we dezelfde dingen als andere families. We hebben wat in te halen, en doen dat zeker.”

Heb je nog contact met je vader?

“Nee, daar heb ik geen behoefte aan. Hij heeft laten zien dat-ie niet meer gaat veranderen. Die hoop had ik in het begin nog wel.”

Je bent door de documentaire bekend geworden. Betekent dat dat je dromen zijn uitgekomen?

“Ja, eigenlijk leef ik nu een deel van het leven waarover ik droomde in dat schapenhok. Als je terugkijkt op hoe mijn leven toen was: de kansen dat mijn fantasieën ooit werkelijkheid zouden worden, waren zo klein. Ik vraag me soms trouwens wel af in hoeverre het erg is om ervoor uit te komen dat ik bekend wilde worden.”

Niet erg, zou ik zeggen. Iedereen heeft toch dromen?

“Daar heb je gelijk in. Zo fantaseerde ik er als kind over om ooit in een tijdschrift staan. En nu kom ik in LINDA. Bizar om in de winkel te lopen, een blad open te slaan en jezelf daarin te zien.”

Je hebt nu een eigen onlinecursus ontwikkeld: Become U. Wat houdt die precies in?

“Ik heb mezelf in mijn jeugd nooit kunnen ontwikkelen, omdat ik de persoonlijkheid was die mijn vader voor me had gekozen. Dus ik weet als geen ander hoe het is als je jezelf niet kunt uiten zoals je zou willen. Onder meer door de docu heb ik bij wijze van spreken van heel Nederland hulp gekregen om mijn eigen identiteit te ontdekken. Met Become U wil ik anderen handvatten geven om datzelfde te bereiken. De cursus heb ik ontwikkeld in samenwerking met Jaap Hulsmann van MindsetFlix, een onlineplatform voor persoonlijke ontwikkeling.”

Heb je nog dromen over?

“Ik zou graag acteur willen worden. En aan een tv-programma meedoen dat bij me past. Misschien zelfs wel een eigen programma presenteren, naast een ervaren iemand. En dat we daarin mensen vragen stellen over hun identiteit. Want ik ben heel benieuwd in hoeverre bekende mensen wél echt zijn wie ze willen zijn.”

‘ik wil graag anderen helpen om ook hun eigen identiteit te ontdekken’

STYLING IRENE RUBIN VISAGIE LIDEWIJ MERCKX

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen