KASSA-PRESENTATRICE AMBER KORTZORG “Mijn hart staat steeds meer open ”

Voor haar nieuwe docuserie Alles is Famiri reisde Amber Kortzorg (31) naar het land van haar vader. “In de rimboe van Suriname voelde ik sterk dat die kant óók in mij zit.”

“Sommige verhalen grijpen me aan. Er gaat best veel mis in Nederland”
“IK DENK ALTIJD: HOE KAN DIT BETER, HOE KOMEN WE VOORUIT?”
“Ik kan met iedereen opschieten, van links tot rechts en van rijk tot arm”

“Nou”, zegt Amber aan het eind van dit gesprek. “Heb ik het zo een beetje goed samengevat?” Ze heeft zojuist in een paar minuten tijd uitgelegd hoe het komt dat ze lange tijd last had van een diepe onzekerheid over haar eigen kunnen, die waarschijnlijk begon bij de relatie met haar vader in haar jeugd. Een valse start, noemt ze die band, waar ze, bewust en onbewust, het gevoel aan overhield dat ze niet goed genoeg was. Ze vertelt daar rustig, vriendelijk en openhartig over. Inmiddels heeft ze er de juiste woorden voor gevonden en is het contact met haar vader hersteld. Aan niets is te merken dat ze interviews geven eigenlijk ‘een beetje moeilijk’ vindt (“ik hoef het niet zo lang over mezelf te hebben”) en dat te veel stilstaan bij haar privéleven of jeugd ook niet zo nodig hoeft. Liever heeft ze het over maatschappelijke onderwerpen die ze belangrijk vindt. Zoals duurzaamheid, diversiteit, kansengelijkheid. En natuurlijk over Suriname, het land van herkomst van haar vader waarover ze net een zesdelige documentaire heeft gemaakt. “Dat project heeft een vuurtje in mij aangewakkerd. Ik zit voor mijn werk bij Kassa vaak in de studio en dat doe ik na vijf jaar nog steeds met veel plezier. Maar ik sta ook te trappelen om de wereld in te stappen. Ik ben jong, eenendertig, maar ik weet redelijk goed wat ik wil met mijn leven. Dat kan ik niet allemaal kwijt in Kassa.

Je zou ook kunnen denken: ik zit nu bij Kassa op een mooie, zichtbare plek. Dat alleen al is een hele prestatie. “Dat ervaar ik ook zo, nog steeds. Toen ik destijds ja zei tegen Kassa, stond mijn leven opeens op zijn kop. Ik kreeg veel verantwoordelijkheid en was in een klap bekend: op straat word ik geregeld door mensen aangesproken over dingen waar zij tegenaan lopen. Ik zie het als mijn taak hen een stem te geven, sommige van die verhalen grijpen mij echt aan. Er gaat best veel mis in Nederland. Bijvoorbeeld omdat er de afgelopen tien jaar talloze landelijke overheidstaken zijn overgedragen aan gemeentes. En zo veel burgers hebben problemen met uitvoeringsinstanties en krijgen te maken met keiharde boetes die steeds hoger oplopen. Zo’n 2,6 miljoen Nederlanders komen moeilijk rond, dat wist ik voorheen niet. Veel van deze mensen hebben schulden, waarvoor de overheid deels verantwoordelijk is. Het is soms lastig om niet cynisch en boos te worden van de brieven die ik wekelijks in mijn inbox krijg.”

Mijn eerste indruk van jou is alles behalve cynisch en boos. “Ik ben een ongelooflijke optimist, ik zoek altijd naar positieve kanten. Ik kan het niet helpen, maar ik zie vaak meteen hoe iets beter kan, met minder strijd. Dat heb ik ook in mijn werk, misschien houd ik het daarom wel vol. Ik denk altijd: hoe kan dit beter, hoe komen we vooruit? Maar zelfs ik denk weleens: oei, ik hoop maar dat het goed komt met de wereld.”

Kassa doe ik met plezier, maar ik sta ook te trappelen om de wereld in te gaan”

Vraag haar waar ze goed in is en ze zegt na enig nadenken: “Ik kan met iedereen opschieten, van links tot rechts en van rijk tot arm. Ik vind het een fijne rol om te verbinden, misschien komt dat wel doordat ik opgroeide in twee totaal verschillende milieus.” Haar moeder Jessica is een rasechte Amsterdamse: thuis werd hutspot gegeten, of witlof met ham en kaassaus. “Ik was een bolleboos op school, vanaf mijn twaalfde nam ik elke dag het pontje van Amsterdam-Noord naar de grachtengordel waar ik op het Barlaeus Gymnasium zat. Op mijn basisschool had ik nog nooit iemand horen zeggen dat je alles kon worden wat je wilde, maar op het Barlaeus was dat heel gewoon. De ouders van mijn schoolgenoten waren diplomaat, advocaat of politicus, mensen die het NRC lazen en aan de eettafel debatten voerden met hun kinderen. Daardoor voelde ik me klein, een underdog. Ik heb zes jaar op die school rondgelopen met de gedachte: leuk en aardig allemaal, maar ik haal straks natuurlijk nooit mijn eindexamen.”

En dan was er nog de wereld van haar Creools-Chinees-inheemse vader Lloyd die haar door omstandigheden niet kon opvoeden. “Hij danste af en toe mijn leven in, er waren periodes dat we elkaar spraken of niet. Daardoor speelde Suriname ook geen rol in mijn leven. Mijn moeder leerde me de tien Surinaamse woorden die ze kende en ze had Surinaamse muziek op cassettebandjes. Bij mijn Surinaamse familie was ik altijd welkom, maar als er Sranantongo werd gesproken lachte ik maar wat omdat ik het niet verstond. Dat ongemakkelijke gevoel geldt voor meer mensen in Nederland met een gemengde achtergrond. Bovendien zie ik er wit uit. Als ik over mijn afkomst vertelde, kreeg ik vaak verbaasde reacties. Terwijl ik me ook niet echt thuis voel in een compleet witte omgeving.”

Dat is veranderd, want je bent net terug uit Suriname voor je documentaire Alles is Famiri. Hoe kwam je op dat punt? “Vorig jaar dacht ik: ik word dertig, het is tijd dat ik die andere kant ga verkennen. Niet alleen voor mezelf, maar voor alle Nederlanders. Want we hebben een enorme geschiedenis met Suriname die niet vrolijk is. Op school leren we dat niet en als Suriname hier in het nieuws komt, vallen altijd woorden als ‘corruptie’ en ‘staatsschuld’. Ik heb lang gedacht dat ik daar niets te zoeken had, dat het een grote puinzooi was.”

En? “Dat beeld klopt niet. De mensen leven echt met elkaar, ondanks de verschillen is de saamhorigheid veel groter dan hier. Dat moet ook, want het leven in Suriname is voor velen een worsteling. De warmte en hartelijkheid van Surinamers vind ik mooi en heeft me anders naar mezelf leren kijken. Ik vierde bijvoorbeeld niet altijd mijn verjaardag, maar dit jaar heb ik zoveel mogelijk mensen uitgenodigd om samen te zijn. In Suriname ben ik naar de voormalige suikerplantage geweest waar mijn tot slaaf gemaakte voorouders woonden en werkten. Er was daar niets meer te zien, midden in de rimboe zei onze gids opeens: nou, dit is het. We zijn wat gaan kappen en vonden nog wat restanten. Het was onwijs bijzonder. Zat ik daar, aan de rivier waar mijn betovergrootmoeder ooit haar kinderen baarde.”

“Het maken van die docuserie heeft een vuurtje in mij aangewakkerd”
Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Hoe voelde dat? “Ik kan me niet voorstellen wat voor leven zij gehad moet hebben en werd me heel erg bewust van mijn vrijheid ten opzichte van die van haar. Plotseling begreep ik ook waar mijn enorme drive voor gelijkwaardigheid vandaan komt. Dat is bijna een persoonlijke strijd en niet voor niets. Want al zag de wereld mij altijd als een Hollands meisje en zag ik mezelf ook lange tijd zo: er is ook iets anders wat heel diep in mij zit. Dat moest eerst zijn plek vinden, het moest gronden.”

Die gronding hoopte ze ook te vinden in haar relatie met de Zwitserse Sven, die ze ooit op wereldreis ontmoette en met wie ze in 2020 na een paar jaar latten ging samenwonen in Amsterdam. Maar bepaald zorgeloos werd hun leven samen niet, omdat het lastig voor hem bleek om hier een baan te vinden. “Ik heb te makkelijk gedacht dat wij, allebei uit Europa en met goede diploma’s, hier samen wel een toekomst zouden opbouwen. Maar de vraag die ons nu bezighoudt is wat we moeten doen: hier blijven of naar Zwitserland gaan. Beide keuzes hebben grote consequenties.”

Best een ingewikkeld dilemma. “Zeker, het speelt constant in mijn achterhoofd. En daarbij: veel van mijn vriendinnen hebben al kinderen. Ik droom en fantaseer daar zeker ook over. Het lijkt me fantastisch, maar ik denk heel bewust na over deze keuze en daar speelt ook klimaatverandering een rol bij. Maar als het mij gegeven is, zou ik graag kinderen willen.”

Dat nadenken en analyseren heeft ze rechtstreeks van haar vader geërfd, weet ze nu. “Ik ben heel aandachtig opgevoed door mijn moeder en mijn stiefvader. Maar als ik Lloyd zag, voelde ik toch een herkenning die ik nergens anders vond. We hebben dezelfde soort handen, we bewegen hetzelfde, die genen zijn sterk. Dus heb ik een paar jaar geleden besloten hem toch wat beter te willen leren kennen. Hij woont tegenwoordig in Suriname, dus daar was mijn reis ook goed voor. Ik heb hem zelfs nog mijn documentaire in gesleept.”

Mag ik zeggen dat ik dat knap van je vind? “Hm, waarom?”

Je kunt ook (on)bewust afstand houden uit teleurstelling of rancune omdat hij er als kind niet helemaal voor je was. “Maar ik ben een redelijk rationeel persoon. Dit bekeek ik niet vanuit het verleden, maar vanuit wat ik er nu aan zou kunnen hebben. En wij hebben geen strijd, hij is er nog en de gesprekken met hem geven me iets moois. Die afweging was doorslaggevend. Ik heb een sterke intuïtie, maar beslissingen neem ik vanuit mijn hoofd. Hoewel mijn hart ook wel steeds meer openstaat, dat merkte ik in Suriname. Iemand zong daar een lied voor me met de woorden: het is eerst belangrijk om te weten wie je bent om te weten waar je naartoe gaat. Ik dacht: ja, dat is precies waarom ik hier ben. Tot voor kort was mijn leven vooral gericht op mijn werk en mijn relatie. Dat is best calvinistisch en efficiënt en ook een beetje kaal misschien. Nu ben ik op zoek naar meer verbinding, spiritualiteit ook. Ik was altijd op zoek naar mijn plek in de maatschappij, ik was onzeker over mijn kunnen. Nu sta ik steviger, ben ik meer gegrond. Dat komt echt door mijn bezoek aan Suriname. Sinds ik daar ben geweest, voel ik me veel zekerder dat ik ook hier mag zijn.”

“DE ROL VAN VERBINDER PAST MIJ GOED”

HAAR EN MAKE UP: MAAIKE BEIJER. STYLING: MAARTJE BODT. M.M.V.: RESTAURANT DE BOSBAAN, S.OLIVER (RIBCORD PAK), ZARA (TRUI), IVY LEE (LAARSJES), & OTHER STORIES (JAS), STEVE MADDEN (LAARSJES), ANNA + NINA (OORBELLEN). DE BLAUWWITTE TRUI EN BROEK ZIJN GEMAAKT DOOR AMBERS OMA.

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen