‘Lente heeft tien maanden in het ziekenhuis gelegen. Die hele periode was één gevoel van hoop’

Lente, het derde kind van Anne-Maartje Blok (42) en haar man Laurens, wordt in 2012 geboren met een hartafwijking. Na tien maanden overlijdt ze. Een periode die veel impact heeft op het hele gezin. “In een rouwproces staat iedereen er alleen voor.”

‘DE ZWANGERSCHAP AFBREKEN WAS GEEN OPTIE. WE GINGEN VOOR DE ZEVENTIG PROCENT OVERLEVINGS KANS’

“‘Hoeveel kinderen heb je?’ Toen dat me de eerste keer na het overlijden van Lente werd gevraagd, schrok ik. Wat moest ik antwoorden? Ik had geen zin om mijn verhaal met Jan en alleman te delen. Dus besloot ik mijn antwoord maar te laten afhangen van degene die het vroeg. Dat doe ik nu nog steeds.

Ik was 28 toen ik voor het eerst moeder werd. Een droom die uitkwam, want al zo lang ik me kon herinneren, wilde ik graag een gezin. Toen ik op mijn negentiende Laurens leerde kennen – we studeerden allebei in Amsterdam, ik voor goudsmid, hij zat op de hogere economische school – wist ik dat hij weleens de vader van mijn kinderen zou kunnen worden. We stimuleerden elkaar, gaven elkaar de ruimte om te groeien. Huisje-boompje-beestje was iets voor later. In het begin van onze relatie wilden we vooral genieten van onze studententijd. Achteraf bezien hebben we in die tijd een solide basis gelegd voor alles wat later op ons pad zou komen. Stijn werd geboren en twee jaar later kwam Froukje. We verhuisden van Amsterdam naar een klein dorp, waar de kinderen in alle rust konden opgroeien. Laurens had inmiddels een studie bedrijfskunde gedaan, ik was geswitcht naar de pabo en werkte in het onderwijs. Ons leven verliep rustig en naar wens. Al snel wisten we: we willen graag nog een kind. Een derde zou ons gezin compleet maken.”

‘LENTE WAS ZO’N MOOI MEISJE. RUSTIG, TEVREDEN EN VROLIJK’

Onmogelijke keuze

“Tijdens de twintigwekenecho werd de echografist opeens stil.‘Ik kan het niet goed zien, maar er is iets afwijkends aan het hartje,’ zei ze.‘Ik verwijs jullie door naar het ziekenhuis.’ Diezelfde middag nog zaten we in het Leids Universitair Medisch Centrum bij een gynaecoloog die gespecialiseerd was in het kinderhart. Het ging allemaal zo snel dat ik me nog niet echt zorgen had kunnen maken. Daarbij ben ik altijd positief ingesteld, ik ging ervan uit dat het wel mee zou vallen. ‘De linker hartklep van uw kindje is niet volgroeid,’ zei de arts zorgelijk.‘Het is onmogelijk om met één hartklep te leven. U komt voor een moeilijke keuze te staan.’ Het was alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. Hartziekten komen in onze familie niet voor. Iets wat ook werd bevestigd door de arts, wat Lente had was geen erfelijke aandoening, maar pure pech. Het was dus een complete verrassing, maar tijd om er lang bij stil te staan had ik niet.‘U kunt uw zwangerschap afbreken,’ ging de arts verder. ‘Of u kunt ervoor kiezen om uw dochtertje na de geboorte te laten opereren. Er zijn drie hartoperaties nodig, een week na haar geboorte, één na een half jaar en één wanneer ze drie jaar is. De overlevingskans tijdens elke operatie is zeventig procent.’ Laurens en ik wisten meteen: afbreken is geen optie. Een overlevingskans van zeventig procent, dáár gingen we voor. Wel werd ons aangeraden een punctie te laten doen. Kinderen met het syndroom van Down hebben vaak een hartafwijking en als het kindje ook nog Down zou hebben, zou de overlevingskans minder groot zijn. Gelukkig bleek dit niet het geval. We gingen ervoor. Op naar de volgende twintig weken.”

Leven van dag tot dag

“Mijn zwangerschap werd niet overschaduwd door het nieuws. Ik ging ervan uit dat we dit aankonden als gezin, dus ik genoot volop van mijn groter wordende buik. Ook was ik niet huiverig om me te hechten aan het kindje. Mijn zwangerschap voelde bijna net als bij de andere twee, al was ik me ervan bewust dat we een zware periode tegemoet gingen. Wel besloten we eerlijk te zijn naar de kinderen. Froukje was nog erg klein, maar Stijn was inmiddels drie jaar en groot genoeg om aan te voelen dat er iets speelde. Vanuit mijn werk als leerkracht wist ik dat het goed is om kinderen mee te nemen in dat wat er speelt in een gezin. Anders gaan ze het zelf invullen. ‘Het kindje in mama’s buik is niet helemaal gezond,’ vertelde ik hem. ‘Als ze geboren is, zal ze geopereerd moeten worden.’ Dat er een kans was dat ze zou komen te overlijden, vertelde ik nog maar even niet.

Lente lag in een stuit. De artsen durfden een stuitbevalling aan, maar ook daar waren Laurens en ik het snel over eens: dat wilden we haar niet aandoen. Er stond haar nog zo veel te wachten, zo’n zware start zou wellicht te veel voor haar zijn. Ze werd geboren met een keizersnede, onder plaatselijke verdoving.

‘ZE IS OP,’ ZEI DE ARTS. ‘HAAR LIJFJE GEEFT AAN DAT HET NIET MEER GAAT’

Zielsgelukkig waren we toen we haar vasthielden. Ze was zo’n mooi meisje. Rustig, tevreden en in de tijd die volgde ook heel vrolijk. De artsen liepen weg met haar. Al vanaf dag één maakte ze indruk. Lente heeft tien maanden in het ziekenhuis gelegen. Elke dag ging ik op en neer. Een moeder uit de klas van Stijn had een eetrooster geregeld met een paar ouders, waardoor we elke avond een maaltijd kregen. Ik leefde van dag tot dag, van minuut tot minuut. Doordeweeks pasten ouders en vrienden op Stijn en Froukje, waardoor ik overdag bij Lente kon zijn. ’s Avonds na het werk ging Laurens. Van mijn werkgever kreeg ik alle ruimte. Tien maanden lang heb ik niet gewerkt. Die hele periode herinner ik me als één gevoel van hoop. Het zou toch goed komen? Dat moest.”

Bedje in de woonkamer

“Maar Lente knapte niet op. Na haar eerste operatie had het beter moeten gaan, maar dat ging het niet. Ook de tweede operatie had niet het gewenste resultaat. Doordat ik overdag vaak in het ziekenhuis was, ving ik de gesprekken op tussen de artsen en de verpleegkundigen. ‘Het gaat niet goed,’ hoorde ik ze zeggen. Langzaamaan was ik me een beetje aan het voorbereiden.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Al abonnee?
Log in om verder te lezen

‘Het lukt niet meer,’ zei de arts uiteindelijk. ‘Haar rechter hartkamer, die ervoor moet zorgen dat het hart de goede functie houdt, is niet sterk genoeg. Ze is op. Haar lijfje geeft aan dat het niet meer gaat.’ ‘En een harttransplantatie?’ vroeg ik nog. Ook dat bleek geen oplossing. De kans was groot dat ze dat niet zou overleven vanwege alle complicaties die op konden treden. Daar zit je dan, met z’n tweetjes in die kamer. ‘Ik neem haar mee naar huis,’ hoorde ik mezelf zeggen.‘Dan kunnen we in alle rust afscheid van haar nemen.’

Alles werd geregeld, de thuiszorg werd ingeschakeld en er werd ons uitgelegd hoe we haar moesten verzorgen. Toen Lente thuiskwam, voelde ik rust. Ik wist waar we naartoe leefden, maar wist niet hoelang het zou gaan duren en wat ons te wachten stond. Stijn en Froukje vonden het heerlijk om bij haar te zijn. Haar bedje stond in de woonkamer. Stijn las haar boekjes voor en zong heel veel liedjes, Froukje wilde haar alleen maar knuffelen. Geen ritjes naar het ziekenhuis meer, maar elk moment van de dag was Lente bij ons. ’s Nachts waakte iemand van de thuiszorg over haar en overdag gaven we haar zelf medicijnen en hielden we haar zuurstofgehalte in de gaten. We waren dicht bij haar, al sliep ze veel en had ze rust en stilte nodig. Het was een periode van ingehouden adem. We hebben zo nog drie weken van haar kunnen genieten. Het voelde dubbel: aan de ene kant genoot ik volop van haar, aan de andere kant was er dat enorme verdriet over wat ging komen. ’s Avonds, als de kinderen op bed lagen en ik alleen met Laurens was, liet ik mijn tranen de vrije loop. ‘Wat gebeurt er dan mama, als je doodgaat?’ vroeg Stijn toen ik uitlegde wat er zou gaan gebeuren.‘Ik weet het niet lieverd,’ antwoordde ik.‘Wat ik wel weet, is dat Lente altijd heel dicht bij ons zal zijn.’ Op zondagmiddag 7 april 2012 lag Lente op mijn buik toen de kinderen thuiskwamen van een museumbezoek met mijn broer. Op het moment dat we met z’n allen pizza aten, gingen alle piepjes af. Dat was het moment waarop Lente ons verliet.”

Eenzaam proces

“‘Je hebt me weggestuurd,’ heeft Stijn later tegen me gezegd. Vlak na het overlijden van Lente leek het me beter als mijn broer ze mee naar buiten nam. Het was goed bedoeld, maar achteraf misschien een verkeerde beslissing. Stijn had er graag bij willen zijn. Dat is iets waar ik nog vaak aan terugdenk en wat ik nu anders zou hebben gedaan. In een rouwproces staat iedereen er alleen voor. Je kunt nog zo hecht zijn als gezin, iedereen gaat anders met verdriet om. Ik wilde in de maanden na het overlijden van Lente graag praten over wat er was gebeurd, maar Laurens trok zich liever terug in de garage om te klussen. Tot dan toe hadden we alle beslissingen samen genomen, alles samen gedaan, nu stond ik er voor mijn gevoel alleen voor. Het leidde niet tot spanning en ruzies, maar wel tot een verwijdering. Mijn therapeut gaf me een inzicht waar ik veel aan heb gehad. Ze zei: ‘Een rouwproces gaat niet gelijk op. Mannen en vrouwen rouwen op een heel andere manier. Er is geen goed of fout.’ Dat gaf me rust. Ik kon Laurens de ruimte geven om het op zijn manier te doen. Als ik wilde praten, deed ik dat met mijn vriendinnen of met mijn moeder. Exact een jaar na het overlijden van Lente was ik weer in verwachting. We wilden door, stonden zo midden in het leven en dat wilden we ook doorgeven. Ik heb alleen maar vreugde gevoeld, geen schuldgevoel en geen angst. Onze zoon was geen vervanger voor Lente, maar een aanvulling op ons gezin. Doordat Lente geen erfelijke ziekte had, ging ik deze zwangerschap ook met vertrouwen in. We hadden al twee gezonde kinderen, dus daar lag onze focus op: op een gezond kind. Wel zijn er al heel vroeg uitgebreide echo’s gemaakt van het hart, zodat we vertrouwen bleven houden. Het was zo fijn en magisch dat alles goed was. Familie en vrienden reageerden positief. Gelukkig zei niemand: zou je dat wel doen?”

(fotografie Mariël Kolmschot)
‘EXACT EEN JAAR NA LENTES OVERLIJDEN WAS IK WEER ZWANGER. IK VOELDE ALLEEN MAAR VREUGDE, GEEN SCHULDGEVOEL EN GEEN ANGST’

Vier kinderen

“Het was wel veel, heel veel. Een rollercoaster aan emoties. Als ik terugkijk op die periode, ben ik best trots op hoe we ons erdoorheen hebben geslagen. Want wat was ik moe. Het was niet voor niets dat het een jaar duurde voordat ik weer zwanger was. Ik moest overduidelijk herstellen. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik overspannen werd. Door te sporten, gezond te eten en af en toe een moment voor mezelf te nemen, heb ik het gered. Ik haalde ook veel energie uit de geboorte van Thijmen. Wat was en ben ik dol op hem!

We zijn er als gezin krachtig uitgekomen. Je hebt niet alles in de hand in het leven, maar ik weet nu: we kunnen dit soort dingen aan, kunnen op elkaar bouwen. Stijn is nu veertien en het gaat goed met hem. Hij wil er niet over praten en dat laten we zo. Wel ben ik me ervan bewust dat dit later in zijn leven terug kan komen. Het overlijden van Lente heeft zo’n impact op hem gehad. Ik kan daar helaas niets aan veranderen. Het enige wat ik kan doen, is er voor hem zijn. Thijmen is nu zes. Hij heeft net zijn B-diploma gehaald. Afgelopen zomer zeiden Laurens en ik op vakantie tegen elkaar dat het heerlijk was dat we niet meer de hele dag hoefden op te letten. Ons leven is eindelijk in een wat rustiger vaarwater gekomen. Lente is nog steeds bij me. Ik voel haar aanwezigheid de laatste tijd weer extra sterk, het is alsof ze over mijn schouder meekijkt. Ik heb mijn baan in het onderwijs opgegeven en begeleid nu vrouwen die willen groeien in het moederschap. Lente heeft me de kracht gegeven om die stap te zetten.

En om antwoord te geven op de vraag hoeveel kinderen ik heb: ik heb er vier. En ze maken me alle vier zielsgelukkig.”

Dit artikel komt uit:
Flair - Editie 38 - 2021

Flair - Editie 38 - 2021
Terug naar overzicht
Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen
‘Ze riepen: rot op naar je eigen land’
Mezza

‘Ze riepen: rot op naar je eigen land’

Als twaalfjarige Woonde ze eenzaam en alleen in Leiden. Ze zwierf over straat, werd moeder van vier kinderen en belandde uiteindelijk in de Amsterdamse gemeenteraad. En nu is KARInA SCHAAPMAN (61) wereldberoemd dankzij haar kinderboekenserie Het Muizenhuis. ‘Ik gun elk kind een leven waarin het zich veilig, warm en geliefd voelt.’

Lees meer
‘Ik dacht dat mijn pech erop zat’
Flair

‘Ik dacht dat mijn pech erop zat’

In 2020 werd de grond onder de voeten van presentatrice Chimène van Oosterhout (57) weggeslagen: voor de derde keer kreeg ze de diagnose borstkanker. De eerste twee keer hield ze het stil, nu is ze er wel open over. “Ik haal er kracht uit dat ik anderen kan helpen met het pad dat ik aflegde.”

Lees meer
‘Wat een snoepwinkel is Tinder’
Weekend

‘Wat een snoepwinkel is Tinder’

Angela Groothuizen keek wel even vreemd op toen haar man Rob haar na een relatie van 30 jaar ineens vertelde dat hij liever alleen was. Ze besloten apart van elkaar te gaan wonen en zijn sindsdien meer vrienden dan geliefden. Vandaar dat Angela besloot zich aan te melden bij Tinder. ’Sindsdien swipe ik me suf.’

Lees meer
‘Dat gif kan nu overal in mijn lichaam zitten’
Mijn Geheim

‘Dat gif kan nu overal in mijn lichaam zitten’

Intens blij was Tara (29) toen ze zo’n zes jaar geleden een borstvergroting kreeg. Tot het de boosdoener bleek van haar lange waslijst aan lichamelijke klachten: door de lekkende siliconenimplantaten kwamen er gifstoffen in haar lichaam terecht. Of haar gezondheid blijvende schade heeft opgelopen, kan alleen de tijd uitwijzen. “Ik wil vrouwen waarschuwen en ze ervan overtuigen dat ze helemaal goed zijn zoals ze zijn.”

Lees meer
Samantha steenwijk ‘Alle steenwijkjes zijn doordrammers’
Flair

Samantha steenwijk ‘Alle steenwijkjes zijn doordrammers’

In het coronajaar waarin ze niet kon optreden, was er gelukkig wel veel televisiewerk voor zangeres Samantha Steenwijk (35). Daarnaast schreef ze een stapel liedjes, want ze wilde zich vooral nuttig maken. “Stilzitten is niks voor mij. Ik vond dat er ook iets goeds moest voortkomen uit zo’n vreselijk jaar.”

Lees meer