‘Pas ’s nachts, alleen in mijn hotelkamer, komt alles binnen’

Fleur Ravensbergen (39) is vredesonderhandelaar. Ze zit en zat om de tafel met rebellenleiders in landen als Irak en Congo. “De dood was niet mijn grootste angst. Ik was vooral bang dat mensen me pijn zouden doen of me mijn vrijheid zouden afpakken.”

“Toen mijn zoontje vier maanden oud was, vloog ik naar Baskenland om bij het moment te zijn waarop afgevaardigden van de ETA – een terroristische afscheidingsbeweging – een paar wapens zouden gaan verzegelen. Dat symbolische gebaar lag om allerlei redenen gevoelig, dus daar moesten wij als onpartijdige onderhandelaren bij zijn. Achteraf gezien was het voor mij een bizar moment: ik was net bevallen, mijn lijf zat nog vol hormonen. Tussen partijen die na jarenlang bloedvergieten de strijdbijl wilden begraven, was ik als boodschapper bezig met kolven, voeden en middagslaapjes. Na dat soort situaties denk ik vaak: hoe ben ik hier terechtgekomen?

Van regeringsgebouw tot de jungle

“Vredesonderhandelingen, in mijn ogen waren dat de officiële gesprekken die je op het journaal zag, met voornamelijk mannen aan een lange tafel. Ik zag mezelf daar niet tussen zitten. Ik was 25 en net klaar met mijn master Internationale betrekkingen, toen mijn scriptiebegeleider Ram vroeg: ‘Zou jij met mij vredesonderhandelingen willen gaan voeren?’Samen hebben we toen DAG opgericht, wat staat voor Dialogue Advisory Group, een Nederlandse organisatie die op het hoogste niveau onderhandelt met strijdende groeperingen in gewapende conflicten. Het klinkt heel groots en abstract, onderhandelen over vrede. En dat ís het ook. We zijn in Noord-Ierland geweest om te ontwapenen, in Libië en in de Democratische Republiek Congo. Wij praten met iedereen. We dragen geen wapens, dat is een principekwestie, en we dragen zelfs geen kogelvrij vest – behalve toen IS heel actief was in Irak.

‘TOEN ME WERD GEVRAAGD OF IK VREDESBESPREKINGEN WILDE GAAN VOEREN, HAD IK GEEN IDEE WAAR IK JA OP ZEI’

Communiceren met leiders en politici doen we vaak in het geheim. Ik kom in safehouses, regeringsgebouwen, heb een paar keer onderhandeld in de jungle. Je weet vaak van tevoren niet waar je naartoe gaat. Soms worden we ergens met een helikopter gedropt en denk ik: dit geloven ze thuis nooit. Zoals die keer dat mijn collega’s en ik in het Midden-Oosten voor onderhandelingen in gesprek gingen met een gewapende groep. Er was een heel hotel afgehuurd voor dat gesprek, en dat hotel stond in the middle of nowhere. We werden er door de geheime dienst naartoe gebracht. Bizar.”

Bloed op het asfalt

“Ik wist niet precies waar ik als 25-jarige ja op zei na de vraag van mijn scriptiebegeleider en heb dit vak al doende geleerd. Ram had al veel ervaring en ik leerde snel. In oorlogsgebied en in heftige situaties is de learning curve heel steil, want je móét en je gáát, je staat continu aan.

De eerste reis naar het veld, zoals wij dat noemen, was Irak. Daar was een sektarische burgeroorlog gaande. De Amerikanen hadden een klein gebied in de hoofdstad Bagdad heel streng beveiligd. Ze noemden dat de green zone; daar was het veilig voor diplomaten, militairen en andere buitenlanders. Wij wilden per se buiten die zone verblijven omdat dat groene gebied werd geassocieerd met Amerika en wij onpartijdigheid wilden uitstralen en voldoende bewegingsvrijheid wilden hebben. We moesten niet alleen met de Amerikanen praten, maar ook met Iraniërs, en de Turken. In Irak waren toen dagelijks aanslagen en dan stond het hele verkeer meteen vast, omdat uit veiligheid alle bruggen werden afgesloten. De aanslagen werden vooral gepleegd met auto’s en het probleem is dan dus als je na een aanslag in zo’n file staat, je niet weet wie er in de auto naast je zit. Er waren verhalen van journalisten die de auto verlieten en zo ternauwernood aan een ontploffing ontkwamen. Een van de heftigste dingen die ik daar meemaakte, was een aanslag bij het Ministerie van Justitie. De hele voorkant van het gebouw lag eraf. Er lag bloed op het asfalt en we konden zó in alle kamertjes kijken. Ik schrok natuurlijk, maar totale paniek was er niet. De lastigste momenten waren ’s nachts als ik niet bezig was, maar in mijn eentje in mijn hotelkamer zat en de elektriciteit weer eens was uitgevallen. Dan hoorde ik in de verte geweerschoten – want gevechten waren er altijd. Bovendien was ons hotel sowieso doelwit, omdat er buitenlanders verbleven en er een redactie permanent kantoor hield in het pand. En ja, in dat pikkedonker ben je alleen en dan komen alle indrukken binnen van die dag: wat heb ik nou allemaal gezien en meegemaakt!?”

‘EEN COLLEGA DIE WERD ONTVOERD HAD TOEVALLIG EEN DIK BOEK BIJ ZICH. Dat was zijn mentale redding’

Positief en belangrijk

“Tijdens mijn werk of vóór vertrek heb ik nooit gedacht: moet ik dit wel doen? Ik heb altijd heel sterk het gevoel: ik kan iets betekenen. Iets positiefs, iets belangrijks bijdragen aan de wereld. Maar ik ben niet naïef of roekeloos. Ik weet dat ik gevaarlijk werk doe. Daar ben ik best rationeel in, ik bekijk de risico’s en accepteer ze. Maar er zijn altijd beslissingen die je in the heat of the moment moet maken, zo van: oké, ik ga nu diegene ontmoeten terwijl ik niet over alles controle heb. Je bent als buitenlander, als westerling, altijd kwetsbaar voor ontvoering, voor marteling. En als vrouw komt daar nog een extra laagje kwetsbaarheid bovenop. De dood was denk ik niet mijn grootste angst, althans, toen ik nog geen kinderen had. Ik was vooral bang dat mensen me pijn zouden doen of mee zouden nemen en me mijn vrijheid zouden afpakken. We werken altijd met een zeer streng veiligheidsprotocol; we oefenen dat we worden ontvoerd, krijgen heftige EHBO-cursussen. We hebben een peperdure noodreisverzekering zodat we vanaf allerlei gevaarlijke, slecht bereikbare plekken kunnen worden ge-airlift door een helikopter. Ik heb altijd water bij me en proteïnebars. En ik heb ook altijd iets te lezen bij me, een slaapzak en een satelliettelefoon, mochten we ergens moeten overnachten. Want als we naar de jungle moeten – bij voorkeur in een VN-kamp, maar soms ook in modderhutjes in kleine dorpen – dan worden we daar per helikopter gedropt. We moeten vaak nog een flink stuk lopen. Voordat de gesprekspartners allemaal op de juiste plek zijn en zich van hun wapens hebben ontdaan – een regel in de VN-kampen – ben je uren of dagen verder.

Je weet van tevoren nooit hoe je reageert op heftige situaties. Ik heb met mensen gewerkt van wie ik vooraf dacht: die raakt niet zo snel in paniek, en die wilden dan na aankomst op een vliegveld linea recta naar huis. Sommige collega’s hebben bepaalde gewoontes overgehouden aan de heftige dingen die ze meemaakten. Zo reisde ik samen met een collega die ooit op een gewelddadige manier was ontvoerd in Oost-Europa. Hij had weken met zijn ontvoerders moeten leven en had op het moment van ontvoering toevallig een dik boek bij zich. Dat was zijn mentale redding. Nu gaat hij nooit meer op reis zonder een boek dat hij wel tien keer kan herlezen. Samenwerken met deze man deed me beseffen: ik kies er nu voor naar buiten te stappen in gevaarlijk gebied. Maar ik kan me ook voorstellen dat als het nú misgaat, ik mijn hele leven met spijt aan dit moment kan terugdenken.”

‘ALS BUITENLANDER EN WESTERLING BEN JE KWETSBAAR VOOR ONTVOERING EN MARTELING’

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Moeten we hier wel zijn?

“We hebben een grote verantwoordelijkheid. Je moet rust uitstralen, er moet een soort zwaartepunt in je zitten, mensen moeten je vertrouwen. Ik weet van mezelf dat ik onder veel omstandigheden rustig kan blijven. Maar ik werk in een masculiene, gemilitariseerde wereld met vaak alleen maar mannen. Ik heb mijn uiterlijk – vrouw, wit, westers, jong – niet altijd mee, zeker niet toen ik begon. Inmiddels durf ik wel op mijn ervaring te vertrouwen. Het is een gesloten wereldje, ons-kent-ons, het gaat ook om je netwerk, de juiste mensen kennen, een goede reputatie hebben.

Soms ben je als onderhandelaar de laatste hoop van een groep, de laatste strohalm waar leiders zich aan vastklampen omdat ze zelf ook niet meer weten hoe eruit te komen. En soms is het juist heel ingewikkeld: als buitenstaander voel je je weleens een indringer. En ik kom ook nog eens uit een vreedzaam land, kan elk moment terugkeren naar mijn veilige thuis. Dat maakt me nederig, maar maakt de situatie soms ook ongemakkelijk. Je moet jezelf af en toe moeilijke vragen stellen: moeten wij hier wel zijn, moeten we ons hier wel mee bemoeien?

‘IN EEN PAAR DAGEN VAN OORLOGSGEBIED SWITCHEN NAAR DE MOEDERROL heeft iets schizofreens’

Wat het werk ook niet makkelijker maakt, is dat je niet altijd direct resultaat hebt. In Irak moesten we hemel en aarde bewegen om überhaupt een dialoog op poten te zetten. Mensen waren jarenlang het schrikbewind van Saddam Hoessein gewend, ze waren helemaal niet gewénd om te overleggen. En soms dacht je: ja, we komen ergens, en dan liep de dialoog alsnog vast omdat er een leider overleed bij gevechten. Of omdat er ineens een heel nieuwe partij was waarmee onderhandeld moest worden. Dan dondert bij wijze van spreken alles in elkaar en moet je maar hopen dat er onder die ashopen nog een solide basis is om op door te gaan. Bovendien voer je gesprekken met mensen die in oorlogsgebieden leven. Die elke dag vooral bezig zijn met: hoe komen mijn familie en ik deze dag door? Je wilt, als onderhandelaar, graag vrede. Maar in Irak kwamen we op een gegeven moment niet verder dan praten over hoe de elektriciteit weer voor iedereen beschikbaar kan worden. Dat voelt op dat moment niet als winst, maar dat wás het wel. We hebben ze uiteindelijk aan tafel gekregen, allemaal. Oók de leiders die tegen de extremistische groeperingen aan schuurden.”

Klagen over het weer

“Weggaan is het moeilijkst. Het is nooit helemaal klaar, vooral niet als de wapens niet definitief zijn neergelegd. Maar het is ook goed om afstand te nemen, thuis bij te komen. De eerste paar jaar dacht ik elke keer bij terugkomst: wat werkt alles hier toch belachelijk goed. Trams die volgens de dienstregeling rijden, verkeerslichten die worden gerepareerd zodra ze kapot zijn – en dan nog zijn er mensen die kunnen zeiken als de tram iets te laat is, of als het regent. Dat wekte in het begin irritatie bij me op. Dan dacht ik: mensen, jullie weten níét hoe goed jullie het hier hebben. Gaandeweg is er dankbaarheid voor in de plaats gekomen. Hoe fantastisch is het niet dat we zo veilig zijn dat we kunnen klagen over het weer? Soms hebben mensen die extreem werk doen last van posttraumatische stressklachten, PTSS. Gelukkig heb ik daar geen last van, al sta ik meteen ‘aan’als er bijvoorbeeld onverwacht vuurwerk wordt afgestoken. En ik heb een aanpassingsperiode nodig. Je stapt aan de ene kant van de wereld in een vliegtuig en landt in Amsterdam, maar je bént nog daar waar je instapte. Toen ik nog geen kinderen had, verdween ik een tijdje in mijn huis, mensen zagen me niet, ik sliep veel, rommelde een beetje aan. Want je stort gewoon in, van de emotie die eruit komt, de spanning. En ook de vermoeidheid van het onregelmatige leven dat je daar hebt, de onvoorspelbaarheid ervan. Het gaat wel weer over, die dip, daar krijg je ook professionele psychische begeleiding bij. En op een gegeven moment bén je er weer. Maar nu ik kinderen heb – mijn man en ik hebben er vier, de oudste is acht, de jongste twee – is het anders. Die zijn blij dat je terug bent en worden, ook als je net bent geland, gewoon midden in de nacht of om zeven uur ’s ochtends wakker en roepen: ‘Mama!’ Want mama is er weer, alleen mama is er nog niet helemaal. In een paar dagen van oorlogsgebied switchen naar de moederrol, heeft iets schizofreens. Dan kamp ik ook met een schuldgevoel.”

Wanneer komt mama thuis?

“Sinds ik moeder ben, probeer ik niet meer zo heel lang weg te zijn. Soms ben ik alleen bij de sleutelmomenten van het proces, of ik vlieg vaker heen en weer. Toch blijft het een feit dat ik relatief weinig thuis ben. Mijn man doet het geweldig, maar niettemin voel ik me soms rot als ik niet meteen vol overgave snottebellen kan afvegen en mee kan zingen met kinderliedjes. Hoe groter de kinderen worden, hoe vaker ze ook aan hun vader vragen: ‘Wanneer komt mama terug?’ Ik laat ze gerust achter bij m’n man en mijn moeder is er veel, desondanks knaagt het altijd bij vertrek. Ook voor hen is het niet makkelijk; mijn man weet heel goed welke risico’s ik loop. We proberen zo veel mogelijk contact te hebben als ik weg ben. Dit alles weerhoudt me er niet van dit werk te blijven doen – al ben ik tegenwoordig wat meer in Nederland aan de slag. In de loop der jaren ben ik ook wel mijn eigen grenzen overgegaan, zowel fysiek als psychisch. Mijn motortje staat altijd aan – dat heb ik van mijn moeder en mijn oma, allebei heel actieve vrouwen. Ik heb weleens een aantal beroerde nachten gehad met een ziek kind, waarin ik letterlijk midden in de nacht met een kinderwagen door de stad liep omdat ik het ook niet meer wist. De dag erna heb ik gewoon een lezing gegeven. Al was het in Nederland, ik had ook kunnen zeggen: ‘Jongens, ik lig eraf.’Inmiddels leer ik wel steeds beter grenzen te stellen en keuzes te maken; ik ben in eerste plaats moeder van vier, prioriteit is dat mijn kinderen het goed hebben. Het gaat ook zo hard. Mijn zoontje was vier maanden tijdens die ETA-onderhandelingen, dit najaar wordt hij negen. Kun je nagaan, negen! Steeds meer maak ik keuzes met mijn kinderen in gedachten: wat betekent het als het bij deze onderhandeling misgaat? Ook zie ik in dat ik niet de enige onderhandelaar ben. Sommige conflicten bezorgen me onrust, dat ik denk: ik moet erhéén. Dat had ik bijvoorbeeld sterk bij de oorlog in Oekraïne. Maar ik heb geleerd dat ook anderen dit werk kunnen doen. Ik ga DAG niet loslaten, alleen de nadruk ligt nu meer in Nederland.”

Geloof in de dialoog

“De polarisatie in onze samenleving, de klimaatcrisis, het groeiende wantrouwen tegenover de overheid, die dingen baren me zorgen en ik wil hier aan de slag. Mijn boek over wat ik heb meegemaakt is nu uit. Het geeft rust dat het zwart-opwit staat. Zo kan ik niet vergeten wat ik heb meegemaakt en kan ik het delen met anderen. Er zit wel een boodschap in Ontwapend, denk ik. Ik heb het slechtste van de mens gezien, gezien hoe snel een situatie kan escaleren. Eerst zag ik mensen van Irak naar Syrië vluchten, omdat Syrië vergeleken met Irak een oase van rust was. Een paar jaar later was Syrië de hel – de apocalyptische beelden kennen we allemaal. Het kan heel erg misgaan. En tegelijkertijd heb ik gezien dat mensen in staat zijn de wapens weer neer te leggen. Dat geeft vertrouwen. Ook na oorlog kunnen mensen weer liefhebben en in vrede samenleven. Daarom is het zo belangrijk dat we de dialoog blijven opzoeken, hoe moeilijk dat soms ook is.”

‘Ontwapend’, Fleur Ravensbergen € 21,99 nieuwamsterdam.nl

Dit artikel komt uit:
Flair - Editie 35 - 2022

Flair - Editie 35 - 2022
Terug naar overzicht
Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen
Wie denkt Roxeanne Hazes wel dat zij is?
Nieuwe Revu

Wie denkt Roxeanne Hazes wel dat zij is?

PROFIEL — Het helaas al jaren voortslepende Hazes-familieconflict krijgt een nieuw hoofdstuk door de afzegging van Roxeanne Hazes (29) voor het meezingfeest Holland Zingt Hazes in 2023. Een gemis?

Lees meer
Vrouw die de Meilandjes miljonair maakte maar afgedankt werd, slaat keihard terug!
Story

Vrouw die de Meilandjes miljonair maakte maar afgedankt werd, slaat keihard terug!

Toen de Meilandjes ruzie kregen met hun manager Valérie Lempereur, de vrouw die de markante familie nota bene definitief op de kaart zette, typeerden ze haar ineens als onbetrouwbaar. Valérie, die deze week met een autobiografie komt, kondigt in Story haar zoete wraak aan...

Lees meer
De Engelse Escobar gaat cashen
Panorama

De Engelse Escobar gaat cashen

In november wordt de grote Britse crimineel Curtis ‘Cocky’ Warren (59) vrijgelaten. ‘De Engelse Escobar’ zat dertien jaar vast. In die tijd is er een hoop veranderd. Zo is hij ineens een celebrity geworden.

Lees meer
Geldvragen
MAX Magazine

Geldvragen

FINANCIEEL JOURNALIST JAAP ROELANTS BEHANDELT IEDERE WEEK VRAGEN VAN MAX-LEZERS. Deze week: de gewone consument wordt de dupe van de strijd van de banken tegen crimineel geld. En wanneer stort de bank mijn te veel berekende rente terug?

Lees meer
Zelfs de desserts hebben schitterende herfstkleuren
Libelle Special

Zelfs de desserts hebben schitterende herfstkleuren

Met kastanjeroom en gehakte chocolade KASTANJEROOMTAART Voor 8 personen: boter om in te vetten • 6 eieren • 150 g fijne kristalsuiker • 1 blik (500 g) kastanjepuree (crème de marron) • 2 tl vanillepasta • 1 tl bakpoeder • 250 g amandelmeel • 200 ml slagroom • 100 g pure chocolade (70% cacao), grof gehakt. Extra: springvorm Ø 18 cm, bakpapier, elektrische mixer Verwarm de oven voor op 160 °C. Vet de springvorm in, bekleed bodem en zijkanten met bakpapier en vet dit ook in. Mix eieren en suiker minimaal 2 min. tot het mengsel lichtgeel en luchtig is. Voeg 400 g van de kastanjepuree toe en mix op lage stand tot het mengsel glad is. Voeg vanillepasta, amandelmeel en bakpoeder toe en spatel dit er zo luchtig mogelijk door. Giet het…

Lees meer