Toxic, dat getreiter op het werk

Uitlachen, buitensluiten, treiteren… Of alleen kinderen dat doen? Nou, nee. Pestkoppen worden groot en vinden ook een baan. Spoiler alert: vaak is het de manager.

Als het je niet zelf overkomen is, dan vast een collega wel, want pesten gebeurt veel. Ik moet denken aan een kinderachtig voorval een paar jaar terug. Op een dag werd ik tijdens een freelanceklus gebeld door een collega die vijf minuten eerder nog naast me zat. Fluisterend vroeg ze me naar de lift te komen, waar ze me met een mannelijke collega giechelend opwachtte. ‘Ga je mee lunchen? Ja, ik kon het je net niet vragen, want Thomas zat tegenover je. En Thomas willen we écht niet mee.’ Ik was kennelijk in een scène van Mean Girls beland. Alleen kwam de ‘You can’t sit with us’ nu niet uit de mond van twee tienermeisjes, maar waren het twee fulltime werkende volwassenen. Eind twintig, begin dertig. De uitleg waaromThomas niet mee mocht was ‘omdat hij irritant is’. En na een stilte van mijn kant: ‘O, en hij is ook nog racistisch!’ Waarom? Dat konden Roddel Rita en Valse Vincent helaas niet toelichten. Mocht je je afvragen hoe roddels – of grove beschuldigingen – de wereld in komen… Pestgedrag kent geen leeftijd. Het harentrekken en duwen op het schoolplein maakt hooguit plaats voor achterbakse konkelpartijen in de kantoortuin. In 2017 werden meer dan een half miljoen mensen getreiterd in de werkomgeving. Volgens een onderzoek vanTNO krijgt zelfs ruim een kwart van alle werkenden over de hele carrière genomen weleens te maken met treiteren, buitensluiten, roddelen, uitlachen of ander irritant gedrag waarvoor je je niet bepaald elke dag uit de naad komt werken. Pesten is daarmee de grootste vorm van ongewenst gedrag op de werkvloer.

Er is vaak geen detective nodig om de dader te vinden. Schrik niet, in vijftig procent van de gevallen is dat volgens hetzelfde TNO-onderzoek de manager. Eva (29) kan erover meepraten. Zij werkte op de webcare-afdeling op het hoofdkantoor van een supermarktbedrijf. Onder leiding van een op z’n zachtst gezegd licht ontvlambare man. ‘Het was altijd op eieren lopen in zijn buurt. Commentaar van zíjn manager reageerde hij schreeuwend op ons af. Voor persoonlijke issues was geen plek. Toen mijn oma overleed, werd hij boos dat ik huilde op het werk. Zijn liefje op de afdeling trok hij voor, net als ‘haar groep’. Mij riep hij daarentegen voor de meest onbenullige dingen op het matje, meteen dreigend met ontslag. Bijvoorbeeld toen ik een uitroepteken in een klantreactie had gebruikt. Hoe durfde ik. Een tirade volgde en in de weken erna hield hij me scherp in de gaten. Iedereen liet hij daarbij meekijken op groot scherm.’

Ook Fabiënnes werkgever wist kinderachtig gedrag naar een nieuw niveau te tillen. ‘Was ik begonnen met een afvalpoging, hield hij een stuk chocolade voor mijn neus met de woorden ‘ah jammer, jij mag dat natuurlijk niet’.’ Erger was zijn wantrouwende gedrag. In de negen jaar dat ze als vormgever voor hem werkte, trok haar werkgever alles wat ze deed of zei in twijfel. ‘Hij huurde op een gegeven moment zelfs freelancers in, omdat hij mij niet goed genoeg vond. De sfeer was altijd zwaar. Als je niet meeliep, werd je uitgekotst en zwartgemaakt. Ik gaf tegengas en dat trok hij niet. Collega’s die minder intensief met hem werkten, zagen ook wat voor hork het was, maar ja, het is ook je baas, hè?’

Narcistische leiders

In films is de pestkop vaak groot en sterk, het slachtoffer wordt weggezet als klein(er) en timide. Erg stigmatiserend. Toch ziet psycholoog, psycho-en EMDR-therapeut Heinz Freese, die in zijn praktijk veel treiterslachtoffers behandelt, een duidelijk ‘dader-en slachtofferprofiel’. ‘De pester is bijna altijd iemand met narcistische, borderline-en/of antisociale trekken. Gevoel van schuld, schaamte en minderwaardigheid verdraagt hij niet en empathie voor anderen is er praktisch niet. Narcisten zijn vaak leiders. Dat verbaast sommige mensen, maar leiders kunnen verschillende motieven hebben. De een is zorgzaam en probeert anderen echt te helpen. De ander elleboogt zich vanuit narcistische bewegingen naar boven, naar een leidinggevende positie. Het slachtoffer is bijna altijd iemand die bang is om fouten te maken en makkelijk te manipuleren is. De pester speelt daarop in.’

‘Toen mijn oma overleed, werd hij boos dat ik huilde op het werk’
‘Iederéén kan pestslachtoffer worden, ook iemand die assertief is en een woordje klaar heeft’

Sommige mensen overkomt het vaker, ontdek ik bij navraag. Zo is een oud-studiegenoot bij drie grote bedrijven in pestsituaties beland. In het ene bedrijf werd ze buitengesloten door collega’s, in een ander was ze de pispaal op wie haar manager haar frustraties botvierde. Makkelijk te manipuleren? Zo zou ik haar niet omschrijven. Hoe kan het dan dat de een toch een makkelijker doelwit voor pesters lijkt te zijn dan de ander? Met die vraag zoek ik contact met Laura Willemse, voorzitter van vrijwilligersorgani-satie Pesten op de werkvloer. En daarmee maak ik me meteen schuldig aan de meest voorkomende en hardnekkige denkfout. ‘We kijken altijd maar naar wat het slachtoffer gedaan moet hebben om gepest te worden. Maar iederéén kan slachtoffer worden. Ook iemand die assertief is en een woordje klaar heeft. Over iemand die gepest wordt, zeggen we: ‘Die is onzeker of kan niet voor zichzelf opkomen.’ Maar wat wij zien, is dat dit juist typisch het profiel van een dader is.’

Willemse geeft vanuit haar stichting sinds een jaar of vier trainingen. Ze helpt vooral de management-en toplagen van organisaties anders naar pestgedrag te kijken. En dat is hard nodig. Soms is het niet één afdeling, maar stinkt het in een heel bedrijf naar verrotte cultuur. Dan gaat het al mis in de top. Of zoals de psycholoog treffend zegt: ‘Een vis begint uit zijn kop te stinken. Als de hoogste baas geld het allerbelangrijkst vindt, sijpelt dat door naar beneden. Op de lagen daaronder zullen soortgelijke mensen op leidinggevende posities worden gezet. Ook zij zullen niet al te best met mensen omgaan.’ Als je het zo bekijkt, lijkt de oplossing voor een veilige plek om je maandsalaris bij elkaar te beunen zo klaar als een klont: meer diversiteit op de vloer. Want hoe homogener de groep, hoe hoger het pestgedrag. Willemse is het roerend eens. ‘Maar waar de meeste bedrijven hun mond vol hebben van diversiteit, is de praktijk wispelturiger. Mannen kiezen vaker voor mannen, ‘omdat ze zich in hen makkelijker herkennen’. Zeker in het geval van ‘bij gelijke geschiktheid’.’

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Gauw wegwezen

Mijn eerdere voorbeeld van Thomas-die-niet-aan-de-lunchtafelmocht, lijkt onschuldig. Toch is het wel degelijk een aanwijzing voor een toxic werksfeer. Als roddelen, uitlachen en buitensluiten bij een team of deel daarvan geaccepteerd zijn, trek je zelf elke gniffel of veelbetekenende blikken tussen collega’s ook sneller in twijfel. Ik merkte dat ik steeds meer opzag tegen de wekelijkse teammeeting waarin een andere collega en mijn manager standaard achter hun handen zaten te lachen om voor mij onduidelijke redenen. achten ze nou ook om mij? De werksfeer was niet de enige reden, maar speelde zeker mee in mijn besluit deze klus voortijdig te stoppen. Een omgeving kan heel geleidelijk onveiliger worden, zonder dat je dit meteen merkt. Het is een glijdende schaal. Willemse: ‘Ik vergelijk het met huiselijk geweld. Dat blauwe oog wordt ook niet op de eerste date geslagen. Heel langzaam vervagen normen en waarden. Het begint met een nare opmerking. Iemand schrikt, collega’s ook, maar niemand doet iets. Daarna gaat het van kwaad tot erger. Dit heeft effect op de hele groep. Niet alleen het slachtoffer, maar ook collega’s lijden.’ Ga maar na. Nu is het Piet van planning, maar wie wordt de volgende? Misschien wel jij.

‘Je krijgt steeds meer stress en minder slaap. En uiteindelijk breekt de dag aan dat je je ziek meldt’

Een toxic baan neemt je op den duur in beslag. Meer stress, minder slaap. En uiteindelijk breekt de dag aan dat je je ziek meldt. Mensen die gepest worden, verzuimen drie keer zo veel als collega’s. Freese: ‘Iemand die lang wordt gepest, wordt uiteindelijk altijd ziek en achterdochtig. EMDR en psychotherapie kunnen helpen pesten een andere betekenis te geven als er veel trauma is. Het helpt inzien dat het niet aan jou maar aan de pester ligt. Het zelfvertrouwen vergroten helpt ook. Zo kan iemand een volgende keer de situatie eerder herkennen en er mogelijk uitstappen.’ Ook Fabiënne raakte uiteindelijk in een burn-out. Haar werkgever probeerde zelfs toen nog grip te houden. ‘Dan zei hij dingen als:

‘Als je je baan opzegt, heb je ook geen inkomen meer. Dan kun je beter hier werken.’ Tijdens mijn re-integratie verplichtte hij me om drie maanden lang élke dag om half negen ’s ochtends te bellen, zonder reden. Uiteindelijk ben ik weggegaan. Na mij is nog een collega ziek thuis komen te zitten. Ook zij gaf tegengas en was na mijn vertrek een makkelijk doelwit.’

Als er geen bijval is van de persoon die boven je leidinggevende staat, is het lastig ook maar iets aan je beroerde situatie te doen. Voor het slachtoffer is weggaan soms inderdaad de beste en zelfs enige optie, beaamt ook Freese, ondanks dat het kan voelen als opgeven. ‘Zelf weggaan geeft misschien een naar gevoel, maar het heeft totaal geen zin ertegenin te gaan. Je kunt als laatste stap nog proberen bondgenoten te verzamelen. Als er genoeg mensen last hebben van één persoon, kun je samen een vuist maken en dit aan de leidinggevende van de leidinggevende duidelijk maken. Lukt dit niet, dan kun je beter op zoek naar de uitgang.’ Eva kaartte het pestgedrag van haar manager bij het supermarktbedrijf aan bij het uitzendbureau dat haar destijds uitzond. Werd niks meegedaan. ‘Mij gaf de noodgedwongen stap naar een ander team – waar hij ook nog eens heel slinks voor had gezorgd – uiteindelijk rust. Een jaar later is hij ontslagen. Er waren blijkbaar meer klachten. Toch ben ik zelf ook weggegaan. De angst om iets fout te doen zat er diep in. Zelfs bij de baan erna bleef ik op eieren lopen en ging ik daardoor opnieuw weg. Inmiddels heb ik het afgesloten en heb ik een heel leuke baan waar ik volledig word geaccepteerd.’

Helaas staat ‘toxic werkplek’ niet bij standplaats op de vacature. En je kunt ook moeilijk al je toekomstige collega’s opsnorren op Insta en je vragenvuur in een DM droppen. Maar tijdens je sollicitatiegesprek vragen naar verloopcijfers van een afdeling kan wel en zegt veel. Willemse: ‘En niet je onderbuikgevoel negeren, en tijdens je proeftijd goed opletten. Hoe wordt er omgegaan met initiatieven van collega’s? Dat is veelzeggend. Stuurt het bedrijf alleen op productie of is collegialiteit voor de baas minstens zo belangrijk? Kijkt je manager alleen naar je individuele prestaties of telt het teamresultaat ook? En staat je manager ook open voor opbouwende kritiek?’ Op de website van Pesten op de werkvloer is ook een gratis stappenplan te downloaden.

Lianne Kooistra (39) is redacteur en copywriter. Sinds haar transfer van Amsterdam naar Rotterdam woont ze met haar vriend en twee katten in een klushuis. Toch spot je haar vaker in een sportpak of met karaokemicrofoon in de hand dan in kluskleren.

fotografie Tom ten Seldam, styling Daphne Weersink

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen