‘Zó intens moe, je kunt het je niet voorstellen’

Margriet de Winkel-Reijneker kreeg eind 2020 corona. Sindsdien is ze niet meer de oude. “Ik hoop ooit weer volledig aan de slag te gaan, maar of dat zal lukken? De tijd zal het leren.”

(Fotografie: Mariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.)

A “Op eerste kerstdag 2020 deden mijn zoons en ik een test. En ja hoor, corona. Dat waar ik al die tijd voor had gevreesd – ik behoor tot de risicogroep, heb astma en overgewicht – was werkelijkheid geworden. Ik heb de geplande visite én mijn werk op de babyafdeling van het ziekenhuis, waar ik tijdens de kerstdagen nachtdienst had, afgebeld. Mijn man volgde later in die week met een positieve testuitslag. De eerste dagen voelde ik me best oké. Tot ik op dag vier hoge koorts kreeg en niets anders kon dan in mijn bed liggen. Geregeld belde ik de huisartsenpost, onze huisarts was op vakantie. Volgens hen hoefde ik mij geen zorgen te maken. Tot mijn astma ging opspelen en ik extreem veel moest hoesten. Zo kon het niet langer.

Er moest een arts aan te pas komen. Ik dacht dat een kuur antibiotica en prednison mij wel weer op de been zouden brengen. Maar ik had het mis. De arts stuurde me naar de spoedeisende hulp en daar schrokken ze zó van mijn lage zuurstofgehalte, dat ik acuut moest worden opgenomen. Mijn jongens thuis nog een knuffel geven, zat er niet meer in. Van Rein nam ik afscheid in de gang van het ziekenhuis. Hij mocht niet mee naar binnen, want corona. Mijn zus was de enige die op bezoek kwam. Zij werkt zelf ook in een ziekenhuis en was vanwege haar werk al gevaccineerd. Het contact met mijn mannen bestond uit videobellen en door het raam naar elkaar zwaaien. Ik schiet weer vol als ik eraan terugdenk. Natuurlijk, ik had begrip voor de protocollen, maar dan nog. Het is vreselijk om degene die je liefhebt niet te mogen knuffelen, juist als je elkaar zo hard nodig hebt.”

Snel bergafwaarts

“Voor de angst om dood te gaan, had ik geen ruimte. Daar voelde ik me te beroerd voor. Al wist ik dondersgoed welke gevaren er waren als ik aan de beademing zou komen te liggen. De gedachte daaraan stopte ik weg. Ik was tenslotte in veilige handen en voorlopig redde ik het nog op de afdeling. Tot het opeens snel bergafwaarts ging en mijn zuurstofgehalte zó laag was – ik had meer dan zestig procent zuurstof nodig – dat een opname op de ic onvermijdelijk bleek. Natuurlijk, ik schrok, maar omdat het leek dat ik het met de hoeveelheid zuurstof zou redden, maakte ik mij nog geen zorgen. Helaas, op de tweede ic-dag ging het mis. Mijn zuurstofgehalte daalde zo snel dat het volgens de artsen tijd was om aan de beademing te gaan. Rein mocht, mits volledig ingepakt met een masker, een schort en handschoenen, langskomen om afscheid te nemen. Dit afscheid voelde spannender dan de week ervoor. Want, zou ik nog wakker worden? En áls ik wakker zou worden, hoe zou het dan met me gaan? Van het gesprek met Rein kan ik mij weinig herinneren. Het enige wat ik nog weet is dat ik hem zei dat hij een WhatsAppgroep moest aanmaken, zodat onze dierbaren op de hoogte konden worden gehouden van mijn situatie. Dat is typisch iets voor mij; tot het laatste moment de touwtjes in handen willen hebben. Wat ik mij ook kan herinneren is dat de ic-arts tegen me zei dat het mogelijk was dat ik bij het ontwaken mensen met een zachte g zou horen praten. Dat zou betekenen dat ik naar Limburg was overgeplaatst. Op dat moment kon het mij niets schelen. Of ze nou Fries of Limburgs zouden spreken, als ik maar weer wakker werd. Ik mocht nog bellen met mijn ouders en zus. Zij beloofden voor elkaar en voor mijn gezin te zorgen. Met die woorden werd ik in slaap gebracht.”

‘Ik mocht nog bellen met mijn ouders en zus. Zij beloofden voor elkaar en voor mijn gezin te zorgen. Met die woorden werd ik in slaap gebracht’

Visioenen

“In de periode dat ik aan de beademing lag, kwam Rein of mijn zus dagelijks bij mij langs. Niet alleen om te zien hoe ik eraan toe was, maar ook om opnames van mij te maken zodat ik mezelf later kon terugzien. Daarnaast was er elke avond contact met de verpleegkundige.

Uiteindelijk heb ik acht dagen aan de beademing gelegen. Dat klinkt lang, en dat was het ook voor covid in ons leven kwam, maar voor een coronapatiënt is het kort. Het had ook een maand kunnen duren. Bij het ontwaken spraken de verpleegkundigen overigens niet met een zachte g. Ik hoorde ‘gewoon Amersfoorts’. Gelukkig lag ik nog in hetzelfde ziekenhuis. Omdat ik door alle medicijnen totaal de kluts kwijt was, had ik allerlei visioenen. Zo hallucineerde ik over tunnels in Venetië met muurschilderingen. Ook zag ik mezelf in het stro liggen bij een geitenboerderij, waar ook een zuivel-winkel was. Om dit bizarre idee te ‘vieren’, want we hebben hier later erg om kunnen lachen, heb ik mijn mannen precies een jaar na dato, getrakteerd op aardbeienkwark. Een ander bijzonder beeld dat op mijn netvlies staat gebrand, is het moment dat ik moest overstappen van het ic-bed naar het afdelingsbed. De grijze marmoleum vloer van het ziekenhuis, was in mijn beleving blauw. Het leek alsof ik vanuit de ruimte op de aarde neerkeek. Alsof ik een nieuw leven in stapte en een tweede kans kreeg. En ja, die kans heb ik met beide handen aangepakt. Al besefte ik toen nog niet dat de weg naar herstel heel lang was. Na een week mocht ik naar huis. Vraag me niet hoe, want ik kon niets meer. Alles, écht alles, moest ik opnieuw leren. Lopen deed ik met een rollator, al kun je de paar stappen die ik in het begin kon zetten, nauwelijks lopen noemen. Naar de wc of naar boven gaan, was een hele toer en als haren wassen op het programma stond, was ik na het douchen aan het einde van mijn Latijn. Zó intens moe, je kunt het je niet voorstellen. Na een paar maanden ging het beetje bij beetje de goede kant op, mede dankzij ergo- en fysiotherapie én het oefenen op de step die ik van mijn man had gekregen. Mijn conditie kwam terug, de spierpijn werd minder en de spierkracht meer.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Probeer nu 14 dagen gratisProbeer nu 14 dagen gratis

Dus pakte ik in april voorzichtig - dat wil zeggen een paar keer per week twee uurtjes - mijn werk weer op. Inmiddels ben ik wat mijn werk betreft nog steeds aan het opbouwen. Ik hoop ooit weer volledig aan de slag te kunnen gaan, maar of dat zal lukken? Geen idee. De tijd zal het leren.”

Hersenmist en haaruitval

“Voor ik ziek werd, kon ik alles aan. Fysiek en mentaal. Dat is nu andere koek. Al besef ik heel goed dat ik in mijn handen mag knijpen, want ik hoor verhalen van mensen met long covid die er erger aan toe zijn dan ik. Zowel psychisch, omdat ze de periode op de ic als traumatisch hebben ervaren - iets waar ik gelukkig geen last van heb - als lichamelijk. Al heb ik goede en minder goede dagen, de naweeën van long covid blijven mij parten spelen. Zo ben ik nog steeds snel moe en is mijn energie niet wat het is geweest.

Hierdoor heb ik geleerd dat ik goed naar mijn lichaam moet luisteren en voldoende rustmomenten moet inbouwen. Zo ga ik na mijn werk altijd even op de bank liggen waarbij ik negen van de tien keer in slaap val. Last van hersenmist, een wattig en vol hoofd zeg maar, heb ik ook. Multitasken, meerdere dingen tegelijk doen, iets waar ik voorheen een kei in was, gaat me dan ook niet meer zo goed af. Ook mijn concentratie, of beter gezegd het gebrek daaraan, is een ding. Soms moet ik iets drie keer lezen voor ik weet wat er staat.

En mijn geheugen laat me geregeld in de steek. Een to-dolijstje helpt mij herinneren wat ik anders vergeet. Natuurlijk, dat mijn hersenen niet meer zo goed werken als vroeger, is frustrerend. Daarom pak ik er geregeld een sudokupuzzel bij om de hersenen te trainen. Een andere klacht die ik aan corona heb overgehouden, is dat ik snel overprikkeld ben. Ik heb moeite met de drukte in het verkeer. En feestjes of etentjes met veel mensen? Mij niet gezien. Doordat de filters die de ruis tegenhouden, verdwenen zijn, komt alles wat er om me heen gebeurt drie keer zo hard binnen. Van reuk- en smaakverlies is bij mij geen sprake. Zo zie je maar, ieder mens is anders. Ook ben ik niet benauwder dan voor ik corona kreeg. Waar ik dan weer wel last van had, en die klachten hoor ik zelden, is ontstoken tandvlees en extreem veel haaruitval. Zelfs de kapster vreesde voor het ergste. Volgens de arts zijn deze kwalen te wijten aan het immuunsysteem dat door covid een opdonder heeft gekregen. Maar gelukkig heb ik inmiddels mijn oude vertrouwde haarbos weer terug.”

Hartverwarmend

“Ik ben nu ruim een jaar verder. Het was een jaar van het herbeleven van de nare film waarin ik de hoofdrol speelde. Een jaar dat in het teken stond van ‘luctor et emergo’: ik worstel en kom boven. Een jaar van dieptepunten, van angst, frustraties en tranen. Maar ook van hoogtepunten. De euforie als ik weer een handeling zelfstandig kon uitvoeren. Of een stap verder kon zetten dan de dag ervoor. Of langer kon autorijden of werken. Maar wat ik vooral als heel dierbaar heb ervaren, en nooit als iets vanzelfsprekend ga zien, is de liefde van de mensen om mij heen. Buren die naar buiten kwamen toen ik mijn eerste stappen met een rollator zette. De hartverwarmende reacties van familie, collega’s en vrienden, want wat hebben ze zich zorgen om mij gemaakt. De tweehonderd kaarten in de bus en de vele boeketten, die twee rijen dik in de woonkamer stonden opgesteld toen ik uit het ziekenhuis kwam. Die liefde zorgt ervoor dat ik met een glimlach door het leven ga. Long-covidklachten of niet.”

Terug naar overzicht

Lees meer

Alle artikelen